Naar hoofdinhoud
1. In ruil voor de tegemoetkoming van de kosten voor kinderopvang moet de ouder (of de ouders) hulp zoeken voor het geconstateerde, onderliggende probleem en zich inzetten om het geconstateerde onderliggende probleem te verhelpen en/of te verminderen (wederkerigheid). 2. Indien een ouder niet aan de verplichtingen, zoals benoemd in lid 1, kan voldoen, in verband met bijzondere omstandigheden zoals een zwangerschap of ziekte, treedt de ouder in overleg met de betrokken professional om afspraken te maken of en zo ja op welke termijn en in welke opbouw wel aan de verplichting voldaan kan worden. 3. Indien de ouder zich onvoldoende inzet om het onderliggende probleem te verhelpen en/of te verminderen, dan kan de tegemoetkoming op basis van deze beleidsregel stopgezet worden.

Rechtspraak bij dit artikel