Naar hoofdinhoud
1. Het subsidieplafond voor de subsidieverstrekking wordt jaarlijks vastgesteld door het college binnen de door de raad vastgestelde begroting, voor aanvang van het tijdvak waar de activiteiten, bedoeld in artikel 4 betrekking op hebben. Deelplafonds worden vastgesteld voor: a. jaarlijkse subsidies voor organisatiekosten of activiteiten van een bewonersorganisatie of een ondernemersorganisatie, voor buurtpreventie en voor de organisatiekosten van een buurtinfowinkel / steunpunt indien er in het desbetreffende bestuurlijk aangewezen gebied geen bewonersorganisatie actief is; b. jaarlijkse subsidie voor huisvestingskosten van een buurtinfowinkel / steunpunt; c. eenmalige subsidie voor waardebonnen en de opstartkosten van een nieuwe bewonersorganisatie of ondernemersorganisatie. 2. Indien het bedrag waarvoor op grond van deze regeling subsidie zou moeten verleend, groter is dan het op grond van het eerste lid vastgestelde subsidieplafond, verdeelt het college het subsidieplafond: a. voor activiteiten als bedoeld in het eerste lid, onder a en b, naar evenredigheid verminderd op grondslag van de vastgestelde deelplafonds, en b. voor activiteiten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, op volgorde van ontvangst van volledige aanvragen, totdat het voor de betrokken subsidie vastgesteld subsidieplafond is bereikt. 3. In het geval dat het deelplafond zoals genoemd in het eerste lid, onder a of b, na beoordeling van de tijdig ingediende aanvragen niet bereikt is, kan het college besluiten het restant subsidieplafond te publiceren voor nieuwe aanvragen of deze toe te voegen aan een ander deelplafond. Wordt het restant subsidieplafond voor nieuwe aanvragen voor jaarlijkse subsidie vastgesteld dan is de aanvraagtermijn uit artikel 9, derde lid, en de beslistermijn uit artikel 10, tweede lid, van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel