Een bewoner van een instelling voor Beschermd wonen kan in aanmerking komen voor transitiezorg als de overgang van beschermd wonen naar (meer) zelfstandig wonen is ingezet. Transitiezorg is bedoeld om die overgang te vergemakkelijken. In de eerste fase na het wonen in een instelling voor Beschermd wonen is er dan de mogelijkheid om transitiezorg in te zetten.
Transitiezorg zal ingezet worden als de inschatting is dat directe overgang naar de ambulante begeleiding in de Wmo niet goed mogelijk is. Dit kan het geval zijn na afloop van een periode van intramuraal Beschermd wonen en wanneer ambulante begeleiding te weinig ondersteuning biedt aan belanghebbende. Transitiezorg is een intensievere vorm van begeleiding dan ambulante begeleiding. In deze fase van zelfstandig gaan wonen zal de ondersteuningsbehoefte grillig en vaker niet planbaar zijn. Transitiezorg wordt geleverd door dezelfde begeleiders die belanghebbende al kent vanuit het wonen in de instelling. De begeleiding is nog regelmatig aanwezig en kan helpen om de weg te vinden in de nieuwe wijk en nieuwe omgeving, of bij aansluiting bij begeleiding.
De verstrekking van transitiezorg loopt via de centrale toegang voor beschermd wonen. Verstrekking vindt plaats op basis van een plan van aanpak bij uitstroom. In dat plan zijn doelstellingen geformuleerd die in het kader van de overgang naar zelfstandig wonen moeten worden behaald om uiteindelijk duurzaam zelfstandig te kunnen blijven wonen. De consulenten Beschermd wonen overleggen met de begeleiders of transitiezorg nodig is bij de overgang naar meer zelfstandig wonen. De intensiteit van de transitiezorg wordt door de consulenten Beschermd wonen bepaald en ingezet voor 1 tot 3 periodes met mogelijkheid tot verlenging.
Hoofdstuk 11.
Artikel 11.5.