Naar hoofdinhoud
Artikel 15.4.1. Verhuis- en inrichtingskosten Een verhuiskostenvergoeding kan verstrekt worden wanneer er sprake is van ondervonden belemmeringen bij het normale gebruik van de woning, die door middel van een verhuizing op de goedkoopst-compenserende wijze kunnen worden opgelost. De verhuiskostenvergoeding is bedoeld als goedkoopst-compenserend alternatief voor een (dure) woningaanpassing in gevallen waarin die verhuizing niet algemeen gebruikelijk is, gelet op leeftijd, gezins- of woonsituatie. De verhuiskostenvergoeding is een tegemoetkoming in de meerkosten van verhuizing. Artikel 15.4.1.1. Uitsluitingen Er wordt geen verhuiskostenvergoeding verstrekt voor verhuizingen naar woningen die niet geschikt of bestemd zijn voor permanente bewoning of niet geschikt zijn voor de specifieke situatie van de inwoner. Het college verstrekt in beginsel geen verhuiskostenvergoeding indien de verhuizing heeft plaatsgevonden voordat op de aanvraag is beschikt, tenzij achteraf alsnog kan worden vastgesteld dat er problemen bij het normale gebruik van de woning werden ondervonden in de verlaten woning. Verhuizingen wegens gezinsuitbreiding of om als jongvolwassene zelfstandig te gaan wonen zijn in beginsel algemeen gebruikelijk, evenals voorspelbare verhuizingen van senioren. Artikel 15.4.2. Gebruik van de eigen auto De bijdrage voor het gebruik van de eigen auto is bedoeld voor diegenen die in aanmerking zouden komen voor een vergoeding voor de Regiotaxi en beschikken over een eigen auto. Deze bijdrage is alleen nog beschikbaar voor inwoners die deze voorziening voor 1 januari 2020 toegewezen hebben gekregen. In deze gevallen stopt de voorziening op uiterlijk 31 december 2020. De voorziening is vanaf 1 januari 2020 niet meer aan te vragen. De hoogte van het bedrag ten behoeve van de eigen auto is in het Financieel besluit 2020 vastgesteld. Met dit bedrag kan, uitgaande van een vergoeding per kilometer, tenminste 1500 kilometer gereisd worden. Artikel 15.4.3. Sportrolstoel Indien een inwoner actief lid is van een gehandicaptensportvereniging, kan deze voor een sportrolstoel in aanmerking worden gebracht indien belanghebbende zonder sportrolstoel, op grond van de beperkingen, niet in staat is tot sportbeoefening. Verstrekking van een sportrolstoel vindt plaats in de vorm van een financiële tegemoetkoming. Het bedrag waarmee voor een periode van 3 jaar een sportrolstoel aangeschaft en onderhouden kan worden, wordt gezien als meerkosten ten opzichten van een persoon zonder beperkingen die sport beoefent. Betaling vindt plaats aan de inwoner zelf of rechtstreeks aan de leverancier van de sportrolstoel na overlegging van de definitieve nota. Indien de kosten van de gekozen rolstoel de gemaximeerde vergoeding overschrijden, dient de inwoner de meerkosten zelf te betalen. Na afloop van de periode van 3 jaar, volgt geen automatische vervanging van de sportrolstoel, maar zal, bij het verzoek tot vervanging, een beoordeling plaatsvinden van de technische staat van de sportrolstoel. Afhankelijk daarvan wordt al dan niet overgegaan tot verstrekking van een nieuwe gemaximeerde vergoeding.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel