Burgemeester en wethouders kunnen in een aanschrijving, als bedoeld in artikel 25 van de Woningwet of in de respectievelijk in de artikelen 109 lid 2 en 110 van deze verordening van toepassing verklaarde artikelen 338 en 342 van de bouwverordening bepalen dat:
mondeling dan wel, indien zulks nodig wordt geacht schriftelijk, moet worden kennisgegeven aan het bouwtoezicht:
van de aanvang der in de aanschrijving aangegeven werkzaamheden;
van de voltooiing van die werkzaamheden of van een gedeelte daarvan.
HOOFDSTUK 8 › Paragraaf 7:
Artikel 111