De afstand van een zomerhuis tot de grens van het terrein waarop het gebouwd is mag niet minder dan 5 m bedragen. Bovendien mag de afstand van een zomerhuis tot enig punt van een ander gebouw nergens minder bedragen dan 10 m.
Niet van toepassing is bovenstaande bepaling op:
de afstand van het zomerhuis tot een deel van de grens van het terrein, dat tevens grens van een weg is;
de afstand tot een tot het zomerhuis behorende bergplaats.
HOOFDSTUK 5 › Paragraaf 4:
Artikel 25