Naar hoofdinhoud
1.. Vaste trappen van zomerhuizen moeten van ten minste één leuning zijn voor­ zien. Bij andere dan rechte steektrappen moet de leuning zijn aangebracht aan de zijde, waar de treden de grootste breedte hebben. De bovenzijde van een leuning moet zich, verticaal gemeten, op ten minste 85 cm boven het vlak, gedacht door de voorkant van de treden, bevinden. 2.. Om een leuning van een vaste trap moet - afgezien van de plaatsen waar de leuning is ondersteund - tenminste 4 cm vrije ruimte aanwezig zijn. 3.. Een vaste trap, een trapgat en een bordes van een zodanige trap moeten aan elke open zijkant zijn voorzien van een balustrade ter hoogte van tenminste 85 cm boven het betreedbare oppervlak ter plaatse. De balustrade moet zodanig zijn uitgevoerd, dat geen gevaar bestaat voor het doorvallen of overklauteren van kinderen. Als open zijkant van een trap wordt aangemerkt een zijkant, die meer dan 10 cm van een wand is verwijderd. 4.. Vrijstelling kan worden verleend van het bepaalde in de leden 1 en 3, indien dit in verband met de veiligheid toelaatbaar is.

Rechtspraak bij dit artikel