**1..** Voor het verblijf van mensen bestemde ruimten van zomerhuizen moeten voor de toetreding van daglicht zijn voorzien van aan de buitenlucht grenzende staande ramen, die een oppervlakte hebben ten minste gelijk aan 1/8 van het vloeroppervlak van de desbetreffende ruimte
**2..** De als minimum vereiste raamoppervlakte, bedoeld in lid 1, moet zijn bezet met blank glas.
**3..** Nadere eisen kunnen worden gesteld ten aanzien van plaatsing en afmeting van ramen, als bedoeld in lid 1, indien door ongunstige omstandigheden met betrekking tot de lichttoetreding de als minimum vereiste raamoppervlakte, bedoeld in lid 1, geen voldoende lichttoetreding waarborgt, met dien verstande, dat het vereiste raamoppervlak niet groter behoeft te zijn dan ¼ van het vloeroppervlak van de desbetreffende ruimte.
**4..** Vrijstelling kan worden verleend van het bepaalde in:
lid 1 voor ruimten - geen kamers zijnde - waarin een aanrecht met gootsteen of een vaste opstelplaats voor kooktoestellen aanwezig is, indien in voldoende mate in de verlichting door kunstverlichting is voorzien;
lid 2, voor de toepassing van ander dan blank glas, mits de toetreding van daglicht, in verband met de doorlaatbaarheid voor daglicht van het gebruikte glas, niet minder is dan die, vereist krachtens de leden 1 en 2.
HOOFDSTUK 5 › Paragraaf 4:
Artikel 52