Naar hoofdinhoud
1.. Kamers van zomerhuizen moeten, behoudens het bepaalde in artikel 56 van deze verordening, zijn voorzien van; buitendeuren of beweegbare ramen aan de buitenlucht tot een oppervlakte van tenminste ¼ van de voor de lichttoetreding vereiste raamoppervlakte en bovendien van een afsluitbare ventilatieopening van tenminste 1/400 van de vloeroppervlakte met de bovenzijde op niet meer dan 40 cm benden de zoldering. 2.. Vrijstelling kan worden verleend van het bepaalde in lid 1, indien doeltreffende mechanische inrichting voor luchtverversing aanwezig is.

Rechtspraak bij dit artikel