**1..** Het in artikel 65 van deze verordening bedoelde middel moet bestaan uit een aansluiting aan het distributienet van de waterleiding, indien:
het gebouw op ten hoogste 50 m afstand van de dichtstbijzijnde leiding van het distributienet is gelegen, dan wel
het gebouw op een grotere afstand dan 50 m van de dichtstbijzijnde leiding is gelegen, doch de kosten van aansluiting voor de betrokkene niet hoger zijn dan bij een afstand van 50 m.
**2..** De in lid 1 genoemde afstand wordt gemeten langs de kortste lijn, waarlangs een aansluiting zonder bezwaren kan worden gemaakt en tot het deel van het gebouw, dat zich het dichtst bij een leiding van het distributienet bevindt. Hierbij worden gebouwen, die tezamen op één erf of terrein staan, als één gebouw beschouwd.
HOOFDSTUK 5 › Paragraaf 8:
Artikel 66