4.3.1 Gegevensverzameling
De PFAS-data zijn aangeleverd door de individuele gemeenten in Regio Limburg Noord. Daarnaast is een dataset aangeleverd door provincie Limburg, die afkomstig is van een provinciebreed steekproefonderzoek naar PFAS-gehalten in de boven- en ondergrond. Tabel 4.1 geeft een overzicht van de aantallen PFAS-analyses die zijn aangeleverd.
Tabel 4.1Aantal aangeleverde PFAS-analyses per gemeente/provincie
Gemeente/provincie
Aantal PFAS-analyses
bovengrond
ondergrond
provincie Limburg
75
76
gemeente Gennep
22
1
gemeente Beesel
2
0
gemeente Bergen
10
10
gemeente Horst a/d Maas
12
0
gemeente Leudal
26
17
gemeente Nederweert
6
2
gemeente Peel en Maas
39
35
gemeente Roermond
22
21
gemeente Venlo
33
25
gemeente Venray
64
4
gemeente Weert
12
10
gemeente Maasgouw
15
7
gemeente Echt
1
2
gemeente Roerdalen
30
0
totaal
369
210
Met betrekking tot de dataset van provincie Limburg wordt opgemerkt dat in eerste instantie opvallend hoge PFBA-gehalten in de bovengrond zijn gemeten. Hierna heeft herbemonstering plaatsgevonden, waarbij direct naast de oorspronkelijke boringen twee nieuwe boringen zijn verricht waarbij de uitkomende grond als mengmonster is samengesteld. Na de herbemonstering zijn de hoge PFBA-gehalten niet meer aangetoond. Omdat de hoge PFBA gehalten alleen in de dataset van provincie Limburg voorkomen en er geen verklaringen zijn voor hoge PFBA-gehalten, zijn deze gehalten niet in de dataset opgenomen.
4.3.2 Gegevensvoorbehandeling
Voor elke parameter zijn gehalten onder de rapportagegrens vervangen door reken-gehalten. De rapportagegrenzen zijn, zoals voorgeschreven in de Regeling bodemkwaliteit, vermenigvuldigd met de factor ‘0,7’. Hiermee ontstaat een reëel positief getal dat statistisch gezien de meest waarschijnlijke waarde tussen nul en de rapportagegrens weergeeft. Bij de verbindingen PFOS en PFAS is sprake van lineaire en vertakte isomeren. Deze twee verbindingen dienen als volgt te worden gesommeerd3 (bron: https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/wet-regelgeving/bbk/vragen/grond-baggerspecie-pfas-veldwerk-analyse-toetsing/faq/omgegaan-sommatie-gerapporteerde-gehalten-lineaire/):
Bij het toetsen aan de normwaarde van 3,0 µg/kg d.s. voor PFOS en 7,0 µg/kg d.s. voor PFOA moet de totale som (vertakt plus lineair) worden getoetst aan de normwaarde. Bij die sommatie die plaatsvindt volgens bijlage G onderdeel IV van de Regeling bodemkwaliteit worden gehalten die zijn gerapporteerd als kleiner dan de bepalingsgrens, meegenomen als getal door de bepalingsgrens met 0,7 te vermenigvuldigen. Als zowel het gehalte aan lineaire als vertakte PFOS en PFOA beneden de bepalingsgrens zijn aangetoond, kan er volgens bijlage G onderdeel IV van de Regeling bodemkwaliteit worden uitgegaan dat de kwaliteit voldoet. Voor de overige PFAS-verbindingen hoeft geen optelling plaats te vinden, maar vindt toetsing individueel plaats.
Bij het toetsen van PFOS en PFOA aan de norm van de bepalingsgrens (0,1 ug/kg) hoeven alleen de individuele meetwaarden (dus lineair en vertakt afzonderlijk) getoetst te worden. Voor deze toets hoeft dus niet de opgetelde som getoetst te worden.
Om de mengmonsters te kunnen toekennen aan de boven- en ondergrond, is uitgegaan van de gemiddelde diepte van de analysemonsters. Hierbij is de volgende werkwijze gehanteerd:
Wanneer de gemiddelde diepte van de bemonsterde laag tussen 0,0 en 0,5 m-maaiveld ligt, wordt dit als bovengrond beschouwd (bijvoorbeeld een bemonsterde laag uit het traject 0,2-0,6 m -mv wordt tot de bovengrond gerekend: de gemiddelde diepte is
0,4 m -mv).
Voor de ondergrond geldt dat de gemiddelde diepte van het bemonsterde traject groter is dan 0,5 m -mv. Zo valt een bemonsterde laag tussen 0,3-0,9 m -mv (gemiddeld 0,6 m -mv) in de ondergrond.
Omdat bij geen van de monsters organische stofgehalten > 10% zijn aangetroffen, is conform het Tijdelijk Handelingskader geen bodemtypecorrectie toegepast.
4.3.3 Uitbijteranalyse
In bijlage 3 zijn de gehalten van de PFAS-verbindingen in box-whisker plots gezet.
De Box-Whisker-plots bestaan uit de volgende onderdelen (zie figuur 4.1):
De box met grenzen op het 25- en 75-percentiel.
Horizontaal streepje in de box: mediaanwaarde.
X in de box: gemiddelde.
De snorharen: minimum en maximum extreme waarden.
Uitbijters (zijn de punten buiten de box): van de populatie worden de P25 en de P75 bepaald. Het verschil tussen beide waarden is de interkwartielafstand. Een waarde wordt een uitbijter beschouwd als deze groter is dan de P75 plus 1,5 maal de interkwartiel-afstand of kleiner dan de P25 minus de 1,5 maal de interkwartielafstand.
Figuur 4.1Onderdelen box-whiskerplot
Er zijn box-whisker plots van de bovengrond en van de ondergrond gemaakt met:
plots voor de PFOS/PFOA-gehalten;
plots voor de overige PFAS-gehalten.
Uit de box-whisker plots blijkt dat in de dataset de volgende potentiele uitbijters voorkomen:
Tabel 4.2Uitbijtergehalten
Provincie/gemeente
Monster
PFOS-gehalte
PFOA-gehalte
Prov. Limburg
MN32
4,30
1,27
Prov. Limburg
MN34
3,70
0,77
Prov. Limburg
MN41
1,80
Prov. Limburg
MN47
1,27
Prov. Limburg
MN14
1,14
Prov. Limburg
MN16
1,02
Prov. Limburg
MN26
0,76
Prov. Limburg
MN40
1,01
Prov. Limburg
MN49
0,99
Prov. Limburg
MN63
0,98
0,71
Venray
MM01
1,24
Venray
MM2
3,07
Venray
MM13
0,77
Bergen
MMD1
0,87
Venlo
BG202
1,32
Venlo
PFAS-1
1,30
Venlo
PFAS-1
1,20
Nederweert
MM1
2,58
Leudal
MM4
0,98
Roermond
MM3
1,80
Roermond
2001-2
1,20
Roermond
MM5
1,50
Roerdalen
Partij3-P3-MMa partij 3
1,70
Roerdalen
Partij6-P6-MMB partij 6
1,00
Roerdalen
Partij3-P3-MMB partij 3
1,20
Peel en Maas
3
1,60
Peel en Maas
PFAS 1
1,50
Peel en Maas
PFAS 1
1,40
Gemeenten zijn verzocht om bovenstaande waarden te controleren. Omdat er geen aanwijzingen zijn dat deze verhoogde waarden zijn veroorzaakt door een lokale (diffuse) bron, zijn de uitbijters niet uit de dataset verwijderd.
De uitbijters die zichtbaar zijn bij de overige PFAS-componenten, betreffen overwegend verhoogde rapportagegrenzen.
Uit bijlage 3 blijkt dat de verhoogde gehalten hoofdzakelijk PFOS en PFOA betreffen. De gehalten liggen grotendeels tussen 0,20-0,45 µg/kg d.s. (PFOS) en 0,17-0,34 µg/kg d.s. (PFOA). De gehalten van de overige PFAS-componenten liggen voor het overgrote deel onder de rapportagegrens van 0,1 µg/kg d.s. In de box-whisker plots komt de rapportagegrens overeen met 0,07 µg/kg d.s. (=0,7*0,1 µg/kg d.s., zie paragraaf 3.3.2)).
Hoofdstuk 4
Artikel 4.3
Verzamelen informatie
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Roerdalen houdende regels omtrent de bodemkwaliteitskaart PFAS