Naar hoofdinhoud
Het eigenarendeel wordt geheven naar het aantal vierkante meters, bedoeld in artikel 5, eerste en tweede lid. De eigenarenheffing bedraagt voor percelen die in hoofdzaak tot woning dienen: a. Met een oppervlakte van 0 m2 doch niet groter dan 1.000 m2: € 43,50; b. Met een oppervlakte groter dan 1000 m2 doch niet groter dan 5.000 m2: € 43,50 vermeerderd met € 0,30 voor iedere 100 m2 grondoppervlakte of gedeelte daarvan boven 1000 m2; c. Met een oppervlakte groter dan 5.000 m2, doch niet groter dan 10.000 m2:  € 55,50 vermeerderd met € 0,25 voor iedere 100 m2 boven 5.000 m2 ; d. Met een oppervlakte groter dan 10.000 m2, doch niet groter dan 100.000 m2: € 68,00 vermeerderd met € 0,20 voor iedere 100 m2 of gedeelte daarvan boven 10.000 m2; e. Met een oppervlakte die groter dan 100.000 m2: € 248,00 vermeerderd met € 0,15 voor iedere 100 m2 of gedeelte daarvan boven 100.000 m2 In afwijking van het eerste lid, bedraagt de eigenarenheffing voor percelen die niet in hoofdzaak bestemd zijn voor woondoeleinden: a. met een oppervlakte van 1 m2 t/m 59 m2: € 25,75; b. met een oppervlakte groter dan 60 m2 doch niet groter dan 1.000m2: € 43,50; c. Met een oppervlakte groter dan 1000 m2 doch niet groter dan 5.000 m2: € 43,50 vermeerderd met € 0,30 voor iedere 100 m2 grondoppervlakte of gedeelte daarvan boven 1000 m2; d. Met een oppervlakte groter dan 5.000 m2, doch niet groter dan 10.000 m2  € 55,50 vermeerderd met € 0,25 voor iedere 100 m2 boven 5.000 m2 ; e. Met een oppervlakte groter dan 10.000 m2, doch niet groter dan 100.000 m2: € 68,00 vermeerderd met € 0,20 voor iedere 100 m2 of gedeelte daarvan boven 10.000 m2; f. Met een oppervlakte die groter dan 100.000 m2: € 248,00 vermeerderd met € 0,15 voor iedere 100 m2 of gedeelte daarvan boven 100.000 m2 Het gebruikersdeel wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd, als bedoeld in artikel 5, derde lid. De gebruikersheffing bedraagt: a. voor zover dit geheven wordt van uitsluitend tot woonhuis dienende percelen per jaar: € 103,40; b. voor zover dit geheven wordt van niet uitsluitend tot woonhuis dienende percelen, wordt het aantal kubieke meters water voor het woonhuis vastgesteld op 200 m3 en bedraagt de heffing, per jaar: € 103,40 en voor het niet tot woonhuis dienende deel wordt de heffing berekend over het meerdere van het afgevoerd water als bedoeld in artikel 5 vierde lid en met in achtneming van artikel 6, derde lid, onderdeel c. c. voor zover dit geheven wordt van niet tot woonhuis dienende percelen, bedraagt per jaar, wanneer de waterlozing op de gemeentelijke riolering: 1. niet meer bedraagt dan 10.000 m3: voor iedere 100 m3 afgevoerd water of gedeelte daarvan, € 51,70 met dien verstande dat nimmer minder verschuldigd is dan: € 103,40 2. meer bedraagt dan 10.000 m3 doch niet meer dan 100.000 € 5.170,00 vermeerderd met € 36,20 voor iedere 100 m3 afgevoerd water of gedeelte daarvan boven 10.000 m3; 3. meer bedraagt dan 100.000 m3: € 37.750,00 vermeerderd met € 23,25 voor iedere 100 m3 afgevoerd water of gedeelte daarvan boven 100.000 m3.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel