Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2. › Afdeling 8b

Artikel 2:34J

Intrekken vergunning

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Zaltbommel 2020-2

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 trekt de burgemeester de vergunning in, indien: niet langer wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 2:34C; een niet daarin vermelde persoon leidinggevende is geworden met betrekking tot de inrichting, waarop de vergunning betrekking heeft; de vergunninghouder in het in artikel 2:34I bedoelde geval geen melding als bedoeld in dat artikel heeft gedaan. kan de burgemeester de vergunning intrekken, indien: aannemelijk is dat een leidinggevende betrokken is of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de belwinkel die een gevaar opleveren voor de openbare orde of een bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de openbare inrichting; een leidinggevende toestaat of gedoogd dat in de belwinkel strafbare feiten worden gepleegd; zich in of vanuit de belwinkel anderszins feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het geopend blijven van de belwinkel gevaar oplevert voor de openbare orde of een bedreiging van het woon- of leefklimaat in de omgeving van de belwinkel; is gehandeld in strijd met het bepaalde in artikel 2:34H of de aan de vergunning verbonden voorschriften; een vergunninghouder in een periode van twee jaar ten minste drie maal op grond van artikel 2:34I om bijschrijving van een persoon op het aanhangsel bij de vergunning heeft verzocht en de burgemeester die wijziging van het aanhangsel tenminste driemaal heeft geweigerd op grond artikel 2:34I, vijfde lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel