De verlaging bij gedragingen als bedoeld in de artikelen 2.7. en 2.9. wordt vastgesteld op:
**a..** 10% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de eerste categorie;
**b..** 20% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie;
**c..** 50% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie;
**d..** 75% van de bijstandsnorm gedurende maximaal drie maanden bij gedragingen van de vierde categorie.
Hoofdstuk 2. › PARAGRAAF 2.
Artikel 2.10.