**1..** Een verlaging wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede lid van de Participatiewet wordt afgestemd op de periode die de belanghebbende als gevolg van zijn gedraging eerder, langer of voor een hoger bedrag een beroep op bijstand moet doen.
**2..** De verlaging wordt vastgesteld op:
25% van de bijstandsnorm gedurende 3 maanden bij een benadelingsbedrag tot € 2.000,00;
25% van de bijstandsnorm gedurende 6 maanden bij een benadelingsbedrag van € 2.000,00 tot € 5.000,00;
25% van de bijstandsnorm gedurende 12 maanden bij een benadelingsbedrag van € 5.000,00 tot € 10.000,00;
Bij een benadelingbedrag hoger dan €10.000,00, wordt de bijstand in de vorm van een lening verstrekt ter hoogte van het benadelingsbedrag, voor de duur van ten hoogste 12 maanden.
**3..** In afwijking van het eerste en tweede lid bedraagt de verlaging 75% gedurende zes maanden indien het een jongere als bedoeld in artikel 13, tweede lid, onderdeel c van de Participatiewet betreft en deze jongere voorafgaand aan of tijdens de bijstandsverlening zich niet of onvoldoende heeft ingespannen om uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs te volgen.
Hoofdstuk 2. › PARAGRAAF 4.
Artikel 2.13.