In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
**a..** inkomen: totaal van het inkomen als bedoeld in artikel 32 en 33 van de Participatiewet. In afwijking hiervan wordt ook de bijstandsuitkering als inkomen gezien. Hierbij wordt de toepassing van de inkomensvrijlating op grond van artikel 31, tweede lid, aanhef en onder n en r van de Participatiewet, artikel 8, tweede en vijfde lid van de IOAW en artikel 8, derde en negende lid van de IOAZ niet als in aanmerking te nemen inkomen beschouwd;
**b..** vermogen: het vermogen zoals bedoeld in artikel 34 Participatiewet;
**c..** peildatum: de dag waarop het recht op individuele inkomenstoeslag ontstaat, voor zover deze dag niet ligt voor de dag waarop de belanghebbende zich heeft gemeld om individuele inkomenstoeslag aan te vragen;
**d..** referteperiode: periode van drie jaar voorafgaand aan de peildatum;
**e..** bijstandsnorm: de van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, onderdeel c, van de Participatiewet plus eventueel aanvullende bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet;
**f..** persoon: de alleenstaande, alleenstaande ouder of het gezin zoals bedoeld in artikel 4, lid 1 onderdeel a, b of c van de Participatiewet;
**g..** Individuele inkomenstoeslag: de toeslag bedoeld in artikel 36, eerste lid van de Participatiewet.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.1