Ter bescherming van een op de lijst geplaatst stads- of dorpsgezicht stelt de raad een bestemmingsplan vast als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening.
Bij het besluit tot aanwijzing bepaalt de raad in hoeverre een geldend bestemmingsplan als beschermend plan in de zin van het eerste lid kan worden aangemerkt.
Voorzover in een gebied dat is aangewezen als een beschermd stads- of dorpsgezicht nog geen bestemmingsplan als bedoeld in dit artikel van kracht is, is het verboden bouwwerken en andere werken te plaatsen, op te richten of te verplaatsen zonder vergunning van het bevoegd gezag.
Op de behandeling van aanvragen om een vergunning zijn de artikelen 10, 11 en 12 van deze verordening van overeenkomstige toepassing.
De vergunning kan slechts worden verleend indien naar het oordeel van het bevoegd gezag het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet.
Geen vergunning is vereist voor bouwwerken waarvoor ingevolge artikel 2.3 van het Besluit omgevingsrecht geen vergunning is vereist.