Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 10

Artikel 32

Artikel 32

Onderdeel van MONUMENTENVERORDENING 2012 (versie 2)

Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na de dag waarop zij is bekendgemaakt. De Monumentenverordening 2010, vastgesteld d.d. 22 april 2010 en laatstelijk gewijzigd op 16 februari 2012, komt met de inwerkingtreding van deze verordening te vervallen. De op grond van de Monumentenverordening 2010 aangewezen gemeentelijke monumenten, beeldbepalende panden en stads- en dorpsgezichten, worden geacht te zijn aangewezen en geregistreerd overeenkomstig de bepalingen van deze verordening. Lopende procedures die beogen dat monumenten, panden en/of stads- en dorpsgezichten worden aangewezen als beschermd gemeentelijk monument, beschermd beeldbepalend pand dan wel als beschermd stads- en dorpsgezicht overeenkomstig voorgaande monumentenverordeningen, worden afgehandeld overeenkomstig de bepalingen van de Monumentenverordening 2010. Verzoeken om een vergunning op grond van artikel 17, 22 en 23, voor zover het gedeeltelijke afbraak betreft, die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van deze verordening, worden afgehandeld met inachtneming van de bepalingen van de Monumentenverordening 2010. Werkzaamheden die leiden tot een verstoring van de bodem in een archeologisch verwachtingsgebied dieper dan 50 cm in het stedelijk gebied of dieper dan 35 cm in het landelijk gebied en die hun aanvang hebben genomen vóór de inwerkingtreding van deze verordening, worden afgehandeld met inachtneming van de bepalingen van de Monumentenverordening 2010.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel