Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.1

- Het melden van een hulpvraag bij Toegang Tilburg

Onderdeel van Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg houdende regels omtrent jeugdhulp

1.. Wanneer een jeugdige en/of ouder of gemachtigde een hulpvraag heeft over een jeugdige, kan deze de hulpvraag persoonlijk, telefonisch of schriftelijk melden bij Toegang Tilburg. Toegang Tilburg bevestigt de ontvangst van deze melding van een hulpvraag schriftelijk met een meldingsbevestiging aan de jeugdige en/of ouder of gemachtigde en informeert hen over de gang van zaken na de melding van de hulpvraag, de geldende rechten en plichten en de vervolgprocedure. 2.. In het geval de jeugdige een melding maakt van een hulpvraag voor een vervolg van de jeugdhulp bij de aanbieder waar de jeugdige op het moment van de melding jeugdhulp van ontvangt, dient de jeugdige of de aanbieder een evaluatieformulier aan te leveren bij de melding. Als het evaluatieformulier in deze situatie ontbreekt wordt de aanvraag niet in behandeling genomen, tenzij de jeugdige de aanvraag binnen een door het college gestelde termijn aanvult. 3.. Tijdens deze melding, of binnen maximaal twee werkdagen voert Toegang Tilburg een Quickscan uit. De Quickscan bestaat uit een eerste korte vraagverkenning. 4.. Uitsluitend onderstaande andere verwijzers hoeven geen melding van een hulpvraag te maken bij Toegang Tilburg: De huisarts, jeugdarts en medisch specialist op grond van artikel 2.6 lid 1 sub g van de wet; De gecertificeerde instelling (op grond van artikel 3.5 lid 1 van de wet), de rechter indien het bieden van jeugdhulp rechtstreeks voortvloeit uit een strafrechtelijke beslissing (op grond van artikel 3.5 lid 4 van de wet), het openbaar ministerie en de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts of de directeur van de justitiële jeugdinrichting (artikel 2.4 lid 2 van de wet) Het college zelf (in de praktijk: de burgemeester) op grond van artikel 6.1.2 lid 1 en 5 van de wet. Het gaat erom, dat een machtiging om een jeugdige in een gesloten accommodatie op te laten nemen kan worden verleend, indien het college van de gemeente waar de jeugdige zijn woonplaats heeft, heeft bepaald dat een voorziening op het gebied van jeugdhulp en verblijf niet zijnde verblijf bij een pleegouder nodig is. De rechter, het openbaar ministerie, de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts of de directeur van de justitiële jeugdinrichting die de jeugdhulp nodig achten bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing of die de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van jeugdreclassering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel