Naar hoofdinhoud
1.. De maatregel wordt vastgesteld op 10 procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij de volgende gedraging: het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het UWV-Werkbedrijf of het niet tijdig verlengen van de registratie; het niet of onvoldoende meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot het verrichten van een tegenprestatie. 2.. De maatregel wordt vastgesteld op 25 procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij de volgende gedraging: de alleenstaande ouder met een ontheffing van de arbeidsplicht, die uit houding en gedrag ondubbelzinnig laat blijken de verplichtingen genoemd in artikel 9, lid 1, onderdeel b Pw, niet te willen nakomen. het niet of onvoldoende verrichten van een door het college opgedragen tegenprestatie naar vermogen. 3.. De maatregel wordt vastgesteld op 50 procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij de volgende gedraging: de jongere die niet of onvoldoende meewerkt aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak; de jongere die tijdens de zoekperiode de verplichtingen onvoldoende nakomt. 4.. De maatregel wordt vastgesteld op 100 procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij de volgende gedraging: het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid vóór de melding om bijstand; onvoldoende proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel