**1..** Als een belanghebbende blijk geeft van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan, wordt de maatregel afgestemd op de periode dat de belanghebbende als gevolg van zijn gedraging eerder of langer recht heeft op bijstand.
**2..** Een maatregel wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan wordt afgestemd op de periode dat de belanghebbende als gevolg van zijn gedraging eerder of langer recht heeft op algemene bijstand.
**3..** De maatregel wordt vastgesteld op:
20 procent van de uitkeringsnorm gedurende één maand. De te verstrekken bijstand is korter dan drie maanden;
20 procent van de uitkeringsnorm gedurende twee maanden. De te verstrekken bijstand is langer dan drie maanden, maar korter dan zes maanden;
20 procent van de uitkeringsnorm gedurende drie maanden. De te verstrekken bijstand is langer dan zes maanden, maar korter dan twaalf maanden.
20 procent van de uitkeringsnorm. De maatregel geldt voor de periode die overeenkomt met de periode waarover eerder of langer of voor een hoger bedrag beroep op bijstand wordt gedaan.
**4..** In het geval het beroep op bijzondere bijstand is veroorzaakt door tekortschietend besef van verantwoordelijkheid in de voorziening in het bestaan, wordt een maatregel opgelegd die gelijk is aan de noodzakelijke kosten.
Artikel 9.