**1..** In deze afdeling wordt verstaan onder:
**•.** bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld overeenkomstig artikel 4.1, sub a, jo. artikel 9.9, eerste lid, Wet natuurbescherming;
**•.** dunning: velling uitsluitend bedoeld als verzorgingsmaatregel ter bevordering van groei van de overblijvende houtopstand;
**•.** hakhout: een of meer bomen of boomvormers die, na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;
• herplantfonds: fonds waar gelden in worden gestort ten gevolge van een opgelegde financiële herplantplicht als bedoeld in artikel 4.14, derde lid of artikel 4.16, derde lid;
• hoogstamfruitboom: een fruitboom waarvan de vertakking met gesteltakken begint op minimaal 160 cm hoogte, gemeten vanaf het maaiveld;
**•.** houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen;
• houtopstand als bedoeld in de Wet natuurbescherming: houtopstand zoals gedefinieerd in het eerste lid van artikel 1.1 van de Wet natuurbescherming, te weten ´zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die:
a. een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer, of
b. bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen´;
• knotten/kandelaberen: het tot op de oude snoeiplaats geheel of gedeeltelijk verwijderen van uitgelopen takhout bij geknotte bomen, gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud;
• vellen: kappen, rooien met inbegrip van verplanten, snoeien van meer dan 20% van het kroonvolume met uitzondering van knotten en kandelaberen, alsmede het handelen en nalaten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.