1.19.1
Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag of weigering standplaats- / aanwezigheidsvergunning
1.19.1.1
Als een aanvrager zijn aanvraag om een standplaats- / aanwezigheidsvergunning, zoals bedoeld in de onderdelen 1.14.3.3, 1.14.3.4 en 1.15.1 e.v., intrekt voordat op de aanvraag is beslist, terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de gemeente, of de aanvraag door de gemeente wordt geweigerd bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt het verschil tussen
100%
van de op grond van die onderdelen verschuldigde leges en
1.19.1.1.1
indien het een aanvraag standplaatsvergunning betreft, een minimaal tarief van
€ 49,90
1.19.1.1.2
indien het een aanvraag aanwezigheidsvergunning betreft, een minimaal tarief van
€ 56,50
1.19.2.
Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende standplaats- / aanwezigheidsvergunning
1.19.2.1
Als de gemeente een verleende standplaats- of aanwezigheidsvergunning zoals bedoeld in de onderdelen 1.14.3 of 1.15.1 intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:
1.19.2.1.1
vervallen
1.19.2.1.2
voor de aanwezigheidsvergunning het verschil tussen de overeenkomstig 1.15.1 t/m 1.15.1.3 betaalde legesbedrag en het overeenkomstig die onderdelen berekende legesbedrag voor de verstreken periode in volle maanden
1.19.3
Een bedrag minder dan
€ 15,30
wordt niet teruggegeven