Naar hoofdinhoud
1.. De in de gemeente Waterland woonachtige ouder kan aanspraak maken op een tegemoetkoming in de kosten van: VVE-opvang, voor het thuiswonende kind als er naar het oordeel van het college sprake is van zodanige stagnatie in groei en ontwikkeling, daarin begrepen achterstanden in taalontwikkeling, dat hierin extra begeleiding noodzakelijk is; SMI-kinderopvang voor het thuiswonende kind als er naar het oordeel van het college sprake is van zodanige sociaal-medische problematiek van de ouder of van de ouder en het thuiswonende kind, dat zonder die tegemoetkoming een ernstige ontwikkelingsachterstand dreigt te ontstaan bij het kind. 2.. Het recht op een tegemoetkoming voor VVE-opvang vervalt: op het in de beschikking tot verlening van het recht genoemde moment, en/of op het moment dat het kind naar het primair onderwijs gaat; in het geval dat artikel 7, eerste lid onder b en/of c van toepassing wordt. 3.. Als de situatie genoemd bij het tweede lid onder c ontstaat, wordt de ouder in de gelegenheid gesteld alternatieve opvang(contract)afspraken te maken om het manco op basis waarvan de weigeringsgrond ontstaat, op te heffen. 4.. De ouder stelt de gemeente onmiddellijk op de hoogte of en zo ja op welke wijze en vanaf welk moment de alternatieve, gekwalificeerde opvang aanvangt. 5.. Het recht op een tegemoetkoming voor SMI-opvang vervalt: op het in de beschikking tot verlening van het recht genoemde moment, en/of op het moment dat het kind naar het voortgezet onderwijs gaat, doch uiterlijk wanneer hij de leeftijd van 13 jaar heeft bereikt; het derde en vierde lid zijn op het recht op de tegemoetkoming voor SMI-opvang van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel