Naar hoofdinhoud
1.. De ouder die een aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten van de opvang heeft ingediend of aan wie het recht op een tegemoetkoming is verleend, is verplicht om op verzoek of direct uit eigen beweging, mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden waarvan de ouder redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op de aanspraak op de tegemoetkoming, dan wel op de duur, de omvang of de hoogte daarvan. 2.. De ouder die een aanvraag heeft ingediend of aan wie een tegemoetkoming is toegekend, is verplicht om desgevraagd aan het college de medewerking te verlenen die redelijkerwijs noodzakelijk is voor de uitvoering van de wet en deze regeling. Hieronder wordt in ieder geval verstaan: het voldoen aan een oproep om in contact te treden met de consulent die zich bezighoudt met de indicatie voor de SMI- of VVE-kinderopvang; het verlenen van medewerking aan onderzoek dat nodig is om te bepalen of een indicatie voor SMI- of VVE-kinderopvang kan worden afgegeven. Dit onderzoek kan onder andere bestaan uit de inschakeling van één of meer daartoe aangewezen deskundigen, daaronder eveneens zo nodig begrepen een lichamelijk of ander onderzoek om de belemmeringen te kunnen vaststellen.

Rechtspraak bij dit artikel