**1..** Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
**2..** De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit, tenzij en voor zover voor de exploitatie van de openbare inrichting bij een omgevingsvergunning van het bestemmingsplan, de beheersverordening, het exploitatieplan of het voorbereidingsbesluit is afgeweken.
**3..** Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting, of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.
**4..** Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk waar de openbare inrichting is gelegen, de aard van de openbare inrichting en de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van de openbare inrichting.
**5..** Voor het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in het eerste lid, mag de houder niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn.
**6..** De burgemeester beslist in geval van een vergunningaanvraag die ook betrekking heeft op een of meer bij de openbare inrichting behorende terrassen voor zover deze zich op de weg bevinden, over de ingebruikneming van die weg ten behoeve van het terras.
**7..** Onverminderd het gestelde in het derde en vierde lid kan de burgemeester de in het zesde lid bedoelde ingebruikgeving van die weg ten behoeve van een of meer bij de openbare inrichting behorende terrassen weigeren als:
het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan;
dat gebruik een belemmering kan worden voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg.
**8..** Het bepaalde in het zesde en zevende lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken of de Wegenverordening Noord Holland.
**9..** Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een:
winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;
zorginstelling;
museum; of
bedrijfskantine of – restaurant.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf
Artikel 2.28
Exploitatie openbare inrichting
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Blaricum 2020