Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf

Artikel 2.47

Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Blaricum 2020

1.. Het is verboden op een openbare plaats: te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hek, omheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd straatmeubilair; zich op te houden op een wijze die voor andere gebruikers of omwonenden onnodig overlast of hinder veroorzaakt. 2.. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de artikelen 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. Artikel 2.47A Betredings- en verblijfsverbod 1. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ter voorkoming van overlast of baldadigheid plaatsen of gebieden binnen de gemeente aan te wijzen, waar het verboden is zich tussen bepaalde tijdstippen te bevinden dan wel zich op te houden. 2. Het is een ieder verboden zich tussen de krachtens het eerste lid bepaalde tijdstippen op de krachtens het eerste lid aangewezen plaatsen te bevinden, dan wel zich op te houden. 3. Burgemeester en wethouders kunnen van het gestelde verbod ontheffing verlenen. 4. Het verbod geldt niet voor politie, brandweer, ambulancediensten of enige andere hulpverleningsdiensten in gevallen waarin de door deze diensten te bieden hulpverlening ten tijde van het verbod binnen het krachtens het eerste lid aangewezen gebied noodzakelijk is. 5. Het verbod geldt ook niet voor gemeentelijk buitengewoon opsporingsambtenaren en toezichthouders in de uitoefening van hun taken en bevoegdheden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel