**1..** In deze afdeling wordt verstaan onder:
**•.** bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld overeenkomstig artikel 4.1, sub a, jo. artikel 9.9, eerste lid, Wet natuurbescherming;
**•.** beeldbepalende waarde van de houtopstand: houtopstand die karakteristiek is voor de plek;
**•.** dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de houtopstand;
**•.** hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;
**•.** houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen;
**•.** landschappelijke waarde van de houtopstand: houtopstand die typerend is voor de lokale omstandigheden, bepaald door de soort, de bodemgesteldheid, waterhuishouding en/of cultuurhistorie;
**•.** natuurwaarde van de houtopstand: houtopstand die een schuil-/broedplaats biedt aan fauna, of houtopstand die foerageergelegenheid biedt aan fauna, of de houtopstand die huisvesting biedt aan beschermde flora, of houtopstand die onderdeel uitmaakt van een verbindingszone voor de natuur of van een bos;
**•.** waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon: houtopstand die onderdeel is van een beschermd dorpsgezicht, of houtopstand die onderdeel is van een gemeentelijk monument, houtopstand die bijzonder en/of zeldzaam is door hoogte, dikte, vorm, leeftijd of soort;
**•.** waarde van de leefbaarheid van de houtopstand: houtopstand die een goede conditie heeft, of houtopstand die een goede stabiliteit/breukvastheid heeft, of houtopstand die een onlosmakelijk onderdeel van een geheel vormt.
**2..** In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf
Artikel 4.10
Definities*
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Blaricum 2020