De belanghebbende die vanuit een uitkeringssituatie inkomsten uit deeltijd arbeid ontvangt, heeft gedurende ten hoogste zes maanden recht op de inkomstenvrijlating regulier. Het recht op de inkomstenvrijlating bestaat één keer per uitkeringsperiode.
Als de uitkeringsperiode ten minste 30 dagen, overeenkomstig artikel 45, lid 3, van de PW wordt onderbroken, ontstaat er een nieuw recht op de inkomstenvrijlating.
Lid 2 is niet van toepassing als de beëindiging van de uitkering het gevolg is van schending van de inlichtingenplicht en/of de medewerkingsplicht door een belanghebbende.
Artikel 4.
Inkomstenvrijlating regulier
Onderdeel van Beleidsregels inkomstenvrijlating Participatiewet, IOAW en IOAZ, Gooise Meren 2018