** 1. .** De ambtenaar, die door de secretaris wordt aangewezen om de gevraagde ambtelijke bijstand te verlenen, wordt hiervan schriftelijk met een dienstopdracht op de hoogte gesteld.
Een afschrift van deze dienstopdracht wordt verstrekt aan de griffier.
** 2. .** Voor de werkzaamheden, die de ambtenaar in het kader van deze dienstopdracht uitvoert, legt hij slechts verantwoording af aan de griffier.
**3..** De secretaris treedt in overleg met de griffier indien deze aangeeft niet tevreden te zijn over de uitvoering van de dienstopdracht of verzoekt om passende maatregelen te treffen.
**4..** De ambtenaar verstrekt slechts informatie over zijn werkzaamheden aan de griffier en aan het raadslid dat het verzoek om het verlenen van ambtelijke bijstand heeft gedaan.
**5..** Indien voor de uitvoering van de dienstopdracht in opdracht van de secretaris inzet van een ambtenaar van een externe organisatie (zoals een gemeenschappelijke regeling) vereist is, is het bepaalde in de leden 1, 2, 4, 6 en 7 van dit artikel van overeenkomstige toepassing op deze ambtenaar.
**6..** In de dienstopdracht wordt nauwkeurig omschreven welke werkzaamheden de ambtenaar ten behoeve van de griffier dient uit te voeren en hoeveel uren hieraan besteed mogen worden.
Indien de ambtenaar de indruk heeft of krijgt dat van hem andere dan de opgedragen werkzaamheden worden verlangd of dat de geraamde uren onvoldoende zijn, maakt hij hiervan onverwijld melding bij de griffier en de secretaris.
De secretaris treedt dan in overleg met de griffier.
Van de griffier kan de secretaris een verzoek ontvangen om de dienstopdracht uit te breiden.
** 7. .** Indien het raadslid of de fractie, die gevraagd heeft om de ambtelijke bijstand, de ambtenaar verzoekt om werkzaamheden te verrichten, die buiten het bereik van de dienstopdracht vallen, meldt de ambtenaar dit onverwijld aan de griffier.
De secretaris kan van de griffier een aangepast verzoek om ambtelijke bijstand ontvangen.
**8..** Met inachtneming van het bepaalde in artikel 4, lid 3 tot en met 8, neemt de secretaris of de burgemeester een besluit over een verzoek van de griffier als bedoeld in lid 6 en 7.
**9..** Indien de griffier na een melding van de ambtenaar geen actie onderneemt, kan de ambtenaar hier melding van maken bij de burgemeester, die – na overleg met de griffier en de secretaris – de verlening van de ambtelijke bijstand kan opschorten.
**10..** De burgemeester neemt – na overleg met de griffier, de secretaris en het raadslid of de fractie – een besluit over het al dan niet beëindigen van de ambtelijke bijstand. Indien hij besluit het verlenen van de ambtelijke bijstand te beëindigen, stelt hij de raad hiervan met redenen omkleed op de hoogte.
Artikel 5.