**1..** Het college stelt vast wat de woonplaats was van de cliënt voor het ontstaan van dakloosheid. De cliënt verleent hieraan zijn medewerking.
**2..** Indien het college vaststelt dat de cliënt, voor het ontstaan van dakloosheid, woonachtig was in een bepaalde gemeente of regio, niet zijnde de gemeente Breda en/of Regio Breda en hier overeenstemming over is met die betreffende gemeente of regio, dan kan het college de uitvoering van het onderzoek overlaten aan die bepaalde gemeente of regio. Daarbij kan overdracht van informatie als bedoeld in artikel 2.3 van de beleidsregels van toepassing zijn.
**3..** Het college voert het onderzoek uit indien het:
de woonplaats van de cliënt, als bedoeld in het eerste lid, niet vaststelt of kan vaststellen,
het onderzoek niet wenst te laten uitvoeren door de gemeente of regio zoals bedoeld in tweede lid,
niet tot overeenstemming komt met de in tweede lid bedoelde gemeente of regio,
waarbij de in tweede lid bedoelde gemeente of regio kan worden verzocht om informatie voor het onderzoek aan te leveren.
**4..** Het college onderzoekt in welke gemeente of regio de ketenaanpak in de maatschappelijke opvang de grootste kans van slagen heeft. Dat wil zeggen waar de maatschappelijke opvang en bijbehorende begeleiding het meeste zal of kan bijdragen aan een duurzaam herstel van de zelfredzaamheid en/of participatie van de cliënt.
**5..** Het college betrekt bij het onderzoek in ieder geval:
de wens van de cliënt,
of er factoren zijn in een gemeente of regio die de kans van slagen van de ketenaanpak naar verwachting vergroten. Factoren kunnen zijn:
een sociaal netwerk welke een positieve invloed heeft of kan hebben op de zelfredzaamheid en/of participatie van de cliënt, en/of
bestaand werk en/of dagbesteding, en/of
onderwijs van de cliënt, en/of
lopende hulpverlenings- of ondersteuningstrajecten.
of er factoren zijn in een gemeente of regio die de kans van slagen van een ketenaanpak naar verwachting verkleinen. Factoren kunnen zijn:
een sociaal netwerk welke een negatieve invloed heeft of kan hebben op de zelfredzaamheid en/of participatie van de cliënt, en/of
actuele criminele activiteiten van de cliënt, en/of
maatregelen die opgelegd zijn aan de cliënt.
**6..** Indien tijdens het onderzoek blijkt dat de ketenaanpak in de maatschappelijke opvang in een andere gemeente of regio de grootste kans van slagen heeft of kan hebben, dan betrekt het college deze gemeente bij het onderzoek.
**7..** Het onderzoek, zoals bedoeld in het derde lid, wordt zo spoedig mogelijk uitgevoerd.
**8..** De uitkomsten van het onderzoek worden vastgelegd in een onderzoeksverslag.
**9..** Indien het college de uitvoering van het onderzoek, als bedoeld in het tweede lid, heeft overgedragen aan een bepaalde gemeente of regio, dan vergewist het college zich van de uitkomsten van het onderzoek.