Bij de beoordeling of er sprake is (of kan zijn) van gebruikelijke hulp wordt gebaseerd op de volgende feiten en omstandigheden:
De aard, omvang en te verwachten duur van de ondersteuningsbehoefte van de cliënt, tenzij het huishoudelijke ondersteuning betreft. Bij huishoudelijk ondersteuning wordt van meerderjarige huisgenoten altijd verwacht de huishoudelijke taken over te nemen.
De aard van de relatie van de persoon binnen de leefeenheid met de cliënt, tenzij het huishoudelijke ondersteuning betreft. Zie ook onder punt 1.
De leeftijd en de ontwikkelingsfase van inwonende kinderen.
De leerbaarheid van de personen van wie gebruikelijke hulp mag worden verwacht.
Uitgaande van de hulpvraag van de cliënt geldt de volgende werkwijze bij de beoordeling van gebruikelijke hulp. Tijdens het vraagverhelderingsgesprek worden de problemen geïnventariseerd die de cliënt heeft in zijn zelfredzaamheid of participatie. Op basis van die inventarisatie wordt beoordeeld welke ondersteuning nodig is. Pas dan kan op juiste wijze worden vastgesteld of gebruikelijke hulp mag worden verwacht van huisgenoten (bijv. CRVB:2018:3243 en CRVB:2018:3108).
Geen gebruikelijke hulp
Permanent toezicht houden of het bieden van 24 uurs ondersteuning in de nabijheid aan de cliënt in de vorm van begeleiding valt niet onder gebruikelijke hulp.
Ad. 1 Aard, omvang en te verwachten duur van de ondersteuningsbehoefte van de cliënt, tenzij het huishoudelijke ondersteuning betreft
Aard en omvang ondersteuningsbehoefte
De aard van de ondersteuningsbehoefte kan zeer divers zijn. De cliënt kan aangewezen zijn op ondersteuning bij: zelfzorg, de thuisadministratie (of het overnemen daarvan) of het plannen of ondernemen van (dagelijkse) activiteiten in het kader van participatie.
Of naar algemeen aanvaardbare opvattingen in redelijkheid gebruikelijke hulp mag worden verwacht van een huisgenoot is mede afhankelijk van de aard, omvang en te verwachten duur van de ondersteuningsbehoefte van de cliënt, behalve bij huishoudelijke ondersteuning. Dat wil zeggen dat meerderjarige huisgenoten worden geacht de huishoudelijke taken van elkaar over te nemen. In deze beleidsregels is ook de Richtlijn gebruikelijke hulp inwonende kinderen opgenomen.
Het gaat bij de aard en/of omvang ook om de vraag of het gaat om uitstelbare of niet-uitstelbare ondersteuning. Dit met het oog op de beschikbaarheid van de huisgenoot. Dat geldt ook voor huishoudelijke ondersteuning.
De aard en/of omvang van de ondersteuning kan onder de normale routine van de leefeenheid vallen. Denk bijvoorbeeld aan het uitzoeken en klaarleggen van kleding, het gezamenlijk eten, samen er op uit gaan, etc.
Kortdurende of een langdurige ondersteuningsbehoefte
Afhankelijk van de aard van de beperking kan er een kortdurende of een langdurige ondersteuningsbehoefte bestaan bij de cliënt. Bij een kortdurende ondersteuningsbehoefte is er uitzicht op herstel in de mate waarin de cliënt in staat is tot zelfredzaamheid en/of participatie. In het algemeen geldt hiervoor een periode van drie maanden. Bij langdurig gaat het om een situatie waarbij de ondersteuningsbehoefte naar verwachting langer dan drie maanden aanwezig zal zijn. Het kan gaan om ondersteuning bij of het overnemen van activiteiten of taken die naar algemene aanvaardbare opvattingen tot de (persoonlijke) levenssfeer behoren en om die reden geacht wordt die onderling aan elkaar te worden geboden. In dat geval is het in principe niet van belang of sprake is van een kortdurende of een langdurige ondersteuningsbehoefte. Denk bijvoorbeeld aan het overnemen van de thuisadministratie of het aansporen tot eten en drinken.
Ad. 2 Aard van de relatie van de persoon binnen de leefeenheid met de cliënt, tenzij het huishoudelijke ondersteuning betreft
Of naar algemeen aanvaardbare opvattingen in redelijkheid gebruikelijke hulp mag worden verwacht van een huisgenoot is mede afhankelijk van de relatie, behalve bij huishoudelijke ondersteuning. Dat wil zeggen dat huisgenoten worden geacht de huishoudelijke taken van elkaar over te nemen. Voor andere vormen van ondersteuning kan dat anders liggen. Zo wordt van inwonende meerderjarige kinderen in het algemeen niet verwacht dat zij hun ouder(s) begeleiding bieden bij zelfzorg. Ook het bieden van begeleiding bij de participatie van hun ouder(s) wordt niet in alle gevallen van hen verwacht. Bij echtgenoten/partners ligt dat anders. Van hen wordt het bij bepaalde activiteiten algemeen aanvaardbaar geacht dat zij ondersteuning bieden aan elkaar in het kader van gebruikelijke hulp. Zie verder hierna in deze beleidsregels.
Ad. 3 Leeftijd en de ontwikkelingsfase van inwonende kinderen
Het spreekt voor zich dat de gebruikelijke hulp van inwonende kinderen ook afhankelijk is van hun leeftijd en ontwikkelingsfase. Daarom zijn in deze beleidsregels richtlijnen opgenomen voor de huishoudelijke ondersteuning en voor de gebruikelijke zorg die ouders geacht worden te bieden aan hun kinderen.
Ad. 4 Leerbaarheid van personen van wie gebruikelijke hulp mag worden verwacht
Het kan voor komen dat er (tijdelijk) geen gebruikelijke hulp kan worden verwacht. Een reden daarvoor kan zijn dat de huisgenoot niet weet hoe hij gebruikelijke hulp kan of moet verlenen, maar dat wel kan aanleren.
Voorbeeld huishoudelijke ondersteuning
Denk bijvoorbeeld aan een huisgenoot die nooit heeft geleerd huishoudelijke werkzaamheden uit te voeren, maar wel leerbaar is. In die gevallen kan een tijdelijke maatwerkvoorziening worden verstrekt die gericht is op het leren uitvoeren van huishoudelijke taken. Redenen als 'niet gewend zijn om’ of ‘geen huishoudelijke werk willen verrichten' leiden niet tot een indicatie voor het overnemen van huishoudelijke taken.
Voorbeeld begeleiding
Denk bijvoorbeeld aan een echtgenoot/partner die geconfronteerd wordt met een ondersteuningsbehoefte van zijn echtgenoot/partner zoals bij niet aangeboren hersenletsel (NAH) of (beginnende) dementie het geval kan zijn. In die gevallen kan een tijdelijke maatwerkvoorziening worden verstrekt die gericht is op het leren omgaan met de beperkingen van de echtgenoot/partner en/of het leren hoe gebruikelijke hulp kan worden geboden.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.2
Beoordelingskader en onderzoek
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Breda 2021