Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.7

Primaat verhuizen

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Breda 2021

In de verordening is het uitgangspunt van het primaat van verhuizen neergelegd; dit is een nadere uitwerking van het algemene uitgangspunt dat niet meer verstrekt hoeft te worden dan de goedkoopst passende bijdrage. Dat wil zeggen dat als verhuizen ook een geschikte oplossing is en goedkoper is dan het verstrekken van één of meer maatwerkvoorzieningen, het college dan de toepassing van het primaat kan beoordelen. Dat is het geval bij een aanvraag om een woningaanpassing en/of een traplift waarbij de kosten hoger zijn dan het bedrag dat in de nadere regels maatschappelijke ondersteuning Breda 2021 is opgenomen. Het kan ook voorkomen dat verhuizen goedkoper is omdat een andere beschikbare woning tegen lagere kosten kan worden aangepast. Beoordelingskader De vraag of het college het primaat van verhuizen toepast, is afhankelijk van de belangenafweging. Aan de hand daarvan kunnen er zwaarwegende redenen zijn waardoor een uitzondering moet worden gemaakt op het verhuisprimaat. Voorbeelden waarin het college de belangen weegt zijn: Er blijkt uit medisch onderzoek een contra-indicatie voor verhuizen. Bijvoorbeeld als verwacht wordt dat een cliënt binnen een redelijke termijn niet zal aarden of vertrouwd zal kunnen geraken in de nieuwe woning of woonomgeving. Dat moet blijken uit een medisch advies. De bereikbaarheid van voorzieningen voor de cliënt ten opzichte van de huidige woning. Denk aan: apotheek, huisarts, bibliotheek, supermarkt etc. Er blijkt uit onderzoek dat de medische situatie van de cliënt zich verzet tegen een zoektijd/wachttijd naar een geschikte woning. Uit het medisch advies moet dan bijvoorbeeld blijken wat een medisch aanvaardbare termijn is waarbinnen de cliënt over een aangepaste/geschikte woning moet beschikken. De cliënt kan mogelijk in aanmerking komen voor een urgentieverklaring bij sociale huurwoningen. Heeft de cliënt een te hoog inkomen, dan zal hij zich moeten oriënteren in de vrije huursector. De aanwezigheid van mantelzorg in de directe omgeving van de huidige woning maakt het niet acceptabel dat de cliënt verhuist. Daarvan is sprake als mantelzorg wordt verleend met een bepaalde intensiteit en een wezenlijke bijdrage levert aan het behoud van de zelfredzaamheid van de cliënt met het oog op zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven. Dat is ook het geval als de mantelzorger zorg op grond van de Zvw of ondersteuning in de vorm van een maatwerkvoorziening overbodig maakt en duidelijk is dat de mantelzorg in de bestaande omvang en intensiteit bij een eventuele nieuwe woning niet (meer) kan worden verleend. De verhuizing leidt tot inkomstenderving doordat bedrijfsmatige activiteiten niet meer kunnen worden uitgeoefend of het verplaatsen van het bedrijf onredelijke kosten met zich meebrengt. Deze kosten kunnen voor de ondernemer in kwestie mogelijk wel aftrekbaar zijn op diens aangifte Inkomstenbelasting. Hierbij kan het gaan om de cliënt zelf maar ook zijn partner. Er is een substantiële stijging van woonlasten verbonden aan de woning waar naar moet worden verhuisd (zie verder hierna). Woonlastenconsequenties woning Een nieuwe huurwoning kan een (aanzienlijke) stijging van de huurprijs met zich meebrengen. De huidige huurprijs wordt vergeleken met de huurprijs van de beschikbare woning rekening houdend met het recht op huurtoeslag en een eventuele toename of afname van het wooncomfort. Het college beoordeelt in ieder geval of een eventuele huurlastenstijging voor de aanvrager en zijn eventuele echtgenoot redelijkerwijs aanvaardbaar is. Daarbij is het niet zo dat het hebben van erg lage woonlasten zonder meer betekent dat het primaat van verhuizen niet kan worden toegepast. Immers iedereen wordt geacht de toepasselijke basishuur te (kunnen) betalen van zijn eigen inkomen. Bij toewijzing van een sociale huurwoning wordt rekening gehouden met de verhouding tussen het inkomen en de toe te wijzen woning qua huurprijs op grond van de Wet op de huurtoeslag (Wht). Is de cliënt gelet op het (gezamenlijke) inkomen aangewezen op een huurwoning in de vrije sector, dan beoordeelt het college ook de eventuele woonlastenconsequenties. Woonlastenconsequenties bij verhuizing eigen woningbezit Het kan ook gaan om een koopwoning. Daarvoor geldt een aantal dezelfde uitgangspunten. Een stijging van de woonlasten die aan een eigen woning verbonden zijn hoeft dan ook niet in de weg te staan aan het toepassen van het primaat van verhuizen. Wel is het zo dat het primaat van verhuizen niet is toegestaan als de cliënt en/of de mede-eigenaar van de woning, bijvoorbeeld diens partner, met een aanzienlijke restschuld blijven zitten na de verkoop van de woning. Of daarvan sprake is wordt op basis van de individuele situatie beoordeeld. Netto woonlasten Om de woonlastenconsequenties voor woningeigenaren te berekenen worden de netto woonlasten van deze eigen woning als volgt berekend: Rente die verband houdt met de woning (netto hypotheeklasten), Zakelijke lasten in verband met het hebben van eigendom, Opstalverzekering. Verhuis- en inrichtingskosten De cliënt op wie het verhuisprimaat van toepassing is, kan in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in de kosten van het verhuizen. De regels hierover liggen vast in de verordening en de hoogte van de tegemoetkoming staat in de nadere regels.

Rechtspraak bij dit artikel