Naar hoofdinhoud
1.. In de verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: Abonnementstarief: de hoogte van de maximale bijdrage als bedoeld in artikel 2.1.4a, vierde lid, van de wet voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënt en diens echtgenoot tezamen; Budgethouder: de persoon aan wie het persoonsgebonden budget (pgb) is toegekend; Budgetperiode: de periode waar een pgb betrekking op heeft; Budgetplan: een plan opgesteld door (of namens) de budgethouder waaruit blijkt dat de besteding van het pgb voldoet aan de voorwaarden van de wet of deze verordening; Financiële tegemoetkoming: een tegemoetkoming in de kosten die rechtstreeks aan de cliënt wordt uitbetaald en waarvoor geen oordeel nodig is over de kwaliteit waaraan de tegemoetkoming wordt besteed; Hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waar de cliënt zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft of zal hebben en op welk adres hij in de Basisregistratie Personen (BRP) ingeschreven staat of zal staan. Als de cliënt met een briefadres in de BRP ingeschreven staat, gaat het om het feitelijk woonadres; Hulpvraag: de behoefte aan maatschappelijke ondersteuning, niet zijnde informatie en advies, waarvoor een melding wordt gedaan; Instandhoudingskosten: een door het college te bepalen bedrag dat bestemd is voor onderhoud, reparatie, keuring en verzekering verband houdend met de te verstrekken maatwerkvoorziening, waaronder ook een WA-verzekering bij vervoersvoorzieningen kan worden gerekend; Lokale vervoersbehoefte: onder lokaal wordt 15 tot 25 kilometer rondom de woning verstaan waarbij deelname aan het maatschappelijk verkeer ten minste mogelijk is met een omvang van 1500-2000 kilometer per jaar. Dit is gebaseerd op de door het college vastgestelde noodzakelijke individuele lokale vervoersbehoefte van de cliënt; Normale gebruik van de woning: het kunnen verrichten van de elementaire woonfuncties gericht op zelfredzaamheid (eten, slapen, lichaamsreiniging, toiletgang, koken), het verrichten van belangrijke huishoudelijke taken, horizontale en verticale verplaatsingen in en om de woning waaronder ook de toegang tot de woning. Daaronder kan onder omstandigheden tevens de berging, de toegang tot tuin of balkon van de woning worden verstaan; Professionele instelling: een organisatie, die is ingeschreven in het handelsregister en/of KvK als zijnde verlener van maatschappelijke ondersteuning en die voldoet aan de kwaliteitseisen die gelden voor aanbieders voor in ieder geval de medewerkers die bij de organisatie in dienst zijn; Programma van eisen: een door het college goedgekeurd programma waaruit blijkt wat het resultaat moet zijn van woningaanpassingen of hulpmiddelen en aan welke functionele en technische wettelijke eisen deze moet voldoen; Voorliggende voorziening: een algemene voorziening of een andere wettelijke regeling op grond waarvan de cliënt een beroep kan doen met het oog op zijn behoefte aan maatschappelijke ondersteuning. Onder omstandigheden kan daar ook een privaatrechtelijke regeling onder worden verstaan; Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; Woning: een woonruimte die volgens algemeen maatschappelijk aanvaarde maatstaven bestemd en geschikt is voor permanente bewoning en waarbij geen wezenlijke woonfuncties, zoals woon- en slaapruimte, kookgelegenheid, gelegenheid voor zelfzorg en toilet met andere woningen worden gedeeld. Hieronder begrepen een woonschip en een woonwagen, mits bestemd én nog tenminste vijf jaar geschikt voor permanente bewoning; Woonvoorziening: een woningaanpassing of hulpmiddel gericht op het normale gebruik in de woning; ZZP-er: een ondernemer die geen personeel in dienst heeft, is ingeschreven in het handelsregister en/of KvK als zijnde verlener van maatschappelijke ondersteuning en voldoet aan de kwaliteitseisen die gelden voor aanbieders voor wat betreft beroepskrachten, waarbij voor de vaststelling of er sprake is van een ondernemer in ieder geval de volgende criteria gelden: niet werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:610 en volgende van het Burgerlijk Wetboek; en door de Belastingdienst aangemerkt wordt als ondernemer voor de Inkomstenbelasting (voor eigen rekening en risico verrichten van werkzaamheden). 2.. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet of de daarop gebaseerde lagere regelgeving of de Algemene wet bestuursrecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel