Naar hoofdinhoud
1.. Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen als bedoeld in artikel 3.1 van de wet, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen. 2.. In geval van diensten gelden verder in ieder geval de volgende uitgangspunten: de ondersteuning die geïndiceerd is wordt met de cliënt en/of zijn vertegenwoordiger of mantelzorger besproken; de ondersteuning is veilig: de relatie tussen de cliënt en beroepskracht is vertrouwd en stabiel waarbij de privacy in acht wordt genomen; de ondersteuning garandeert continuïteit, samenhang en resultaten: de beroepskracht is deskundig en gericht op het behalen van resultaten en werkt waar nodig samen met andere ondersteuners en onderhoudt contacten met personen uit het sociaal netwerk van de cliënt. 3.. In geval van hulpmiddelen geldt dat het geïndiceerde hulpmiddel: veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt verstrekt; wordt verstrekt met respect voor en inachtneming van de rechten van de cliënt waaronder diens privacy. 4.. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden, als bedoeld in hoofdstuk 8 van de verordening, ziet het college toe op de naleving van de eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde maatwerkvoorzieningen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel