**1..** Woonvoorzieningen worden slechts verstrekt als deze zijn gericht op:
het verminderen of wegnemen van de beperkingen in het normale gebruik van de woning; of
het kunnen gebruiken van de daartoe noodzakelijke ruimte(n),
in de woning waar de cliënt zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben.
**2..** Een woningaanpassing of een woonvoorziening in de vorm van een traplift wordt slechts verstrekt voor de woning waar de cliënt zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben.
**3..** Met het oog op het normale gebruik van de woning kan een woonvoorziening worden verstrekt gericht op de bereikbaarheid, toe- en doorgankelijkheid en bruikbaarheid van de woning.
**4..** Het college verstrekt geen woonvoorzieningen bestemd voor gemeenschappelijke ruimten, tenzij de cliënt:
zonder deze woonvoorzieningen geen toegang heeft tot zijn woning;
de aan hem verstrekte vervoersvoorziening niet kan stallen of gebruiken.
HOOFDSTUK 5.
Artikel 5.2