Naar hoofdinhoud
1.. Woonvoorzieningen worden slechts verstrekt als deze zijn gericht op: het verminderen of wegnemen van de beperkingen in het normale gebruik van de woning; of het kunnen gebruiken van de daartoe noodzakelijke ruimte(n), in de woning waar de cliënt zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben. 2.. Een woningaanpassing of een woonvoorziening in de vorm van een traplift wordt slechts verstrekt voor de woning waar de cliënt zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben. 3.. Met het oog op het normale gebruik van de woning kan een woonvoorziening worden verstrekt gericht op de bereikbaarheid, toe- en doorgankelijkheid en bruikbaarheid van de woning. 4.. Het college verstrekt geen woonvoorzieningen bestemd voor gemeenschappelijke ruimten, tenzij de cliënt: zonder deze woonvoorzieningen geen toegang heeft tot zijn woning; de aan hem verstrekte vervoersvoorziening niet kan stallen of gebruiken.

Rechtspraak bij dit artikel