Naar hoofdinhoud
1.. De hoogte van het pgb voor hulpmiddelen bedraagt niet meer dan het tarief waarvoor het college de geïndiceerde hulpmiddelen heeft ingekocht of huurt waaronder inbegrepen de instandhoudingskosten of andere bijkomende noodzakelijke kosten. Het college verhoogt het pgb voor de aanschaf van een hulpmiddel als de budgethouder geen gebruik kan maken van het inkoopvoordeel van het college en daardoor de geïndiceerde maatwerkvoorziening niet kan aanschaffen. 2.. Bij de vaststelling van de hoogte van het pgb kan het college rekening houden met de economische levensduur van hulpmiddelen (geïndiceerde maatwerkvoorziening). 3.. Het college kan de hoogte van het pgb vaststellen op basis van een offerte als de geïndiceerde maatwerkvoorziening waaronder inbegrepen de instandhoudingskosten of andere bijkomende kosten niet valt binnen het assortiment van gecontracteerde aanbieders. 4.. Het college stelt het pgb voor het realiseren van een woningaanpassing vast op basis van: een of meerdere offertes; een door het college goedgekeurd programma van eisen; eventuele bijkomende noodzakelijke kosten zoals die van een architect of legeskosten. Het college kan nadere regels stellen over welke kosten in aanmerking kunnen worden genomen. 5.. Het college stelt nadere regels over de omvang van de budgetperiode die geldt voor hulpmiddelen. 6.. Het college stelt de tarieven vast in nadere regels en voor zover dat niet mogelijk is in het individuele toekenningsbesluit.

Rechtspraak bij dit artikel