Een persoon met beperkingen, chronische psychische of psychosociale problemen kan in aanmerking komen voor hulp bij het huishouden als:
de inwoner door zijn belemmeringen, rekening houdend met de beschikbaarheid van de gebruikelijke hulp en onverplichte mantelzorg, niet of onvoldoende in staat is tot het verzorgen van het huishouden van zichzelf of van de leefeenheid waartoe hij behoort of
deze kortdurend, al dan niet in verband met het tijdelijk ontbreken of het ontlasten van mantelzorg, noodzakelijk is.
Hulp bij het huishouden wordt als maatwerkvoorziening verstrekt als hulp bij het huishouden 1(HH1) of als hulp bij het huishouden 2 (HH2). Daarbij geldt dat:
HH1 een maatwerkvoorziening is waarbij geheel of gedeeltelijk activiteiten op het gebied van het huishouden worden overgenomen. De inwoner is in staat tot zelfregie over de planning en organisatie van de activiteiten;
HH2 een maatwerkvoorziening is waarbij geheel of gedeeltelijk activiteiten op het gebied van het huishouden worden overgenomen met inbegrip van hulp bij de organisatie van het huishouden aangezien de inwoner zelf niet in staat is regie over zijn huishouding te voeren.
Als een persoon gebruik maakt van particuliere hulp, of in de periode van vier maanden voorafgaand aan de aanvraag gebruik heeft gemaakt van particuliere hulp, wordt geen hulp bij het huishouden toegekend als met de inzet van deze particuliere hulp de belemmeringen van deze persoon als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, naar het oordeel van het college voldoende zijn opgeheven en wanneer er naar het oordeel van het college enkel sprake is van een financieel voordeel voor deze persoon als hij gebruik zou kunnen maken van de voorziening hulp bij het huishouden.
Als naar het oordeel van het college meer ondersteuning benodigd is voor de persoon als bedoeld in het derde lid dan particuliere hulp redelijkerwijs kan bieden, kan voor deze aanvullende benodigde ondersteuning hulp bij het huishouden worden verstrekt.
Een persoon die planbare zorg ontvangt heeft, behoudens het zesde lid, geen recht op hulp bij het huishouden. Met planbare zorg worden medische handelingen bedoeld die noodzakelijk zijn, maar niet direct plaats hoeven te vinden en op een vooraf vastgesteld moment worden uitgevoerd.
Aan een persoon als bedoeld in het vijfde lid wordt, al dan niet tijdelijk, hulp bij het huishouden verstrekt als:
de hulp bij het huishouden noodzakelijk is voor meer dan zes weken;
de aanvrager naar het oordeel van het college voldoende schriftelijk door middel van zijn stappen om informele hulp te verkrijgen aantoont dat hij die hulp niet heeft kunnen vinden; of
de noodzakelijke hulp de informele hulp die redelijkerwijs voorzienbaar was, overstijgt.
Hoofdstuk 3
Artikel 10.
Hulp bij het huishouden
Onderdeel van Nadere regels Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Midden-Groningen 2021