Voor het beheren van een persoonsgebonden budget, wordt verwacht dat de beoogd budgetbeheerder in ieder geval aan de tien voorwaarden voor pgb-vaardigheid voldoet. Dat betekent dat de beoogd budgetbeheerder:
de eigen situatie kan overzien, dan wel die van de hulpvrager en een duidelijk beeld heeft van de hulpvraag;
op de hoogte is van de regels en verplichtingen die horen bij een pgb of weet waar deze informatie te vinden is bij de desbetreffende instanties;
een overzichtelijke pgb-administratie bij kan houden, waardoor er inzicht is in de bestedingen van het pgb;
in staat is om voldoende vaardig te communiceren met de gemeente, zorgverzekeraar of het zorgkantoor, de SVB en de hulpverleners;
zelfstandig kan handelen en onafhankelijk voor een hulpverlener kan kiezen;
in staat is om afspraken te maken en vast te leggen en om dit te verantwoorden aan verstrekkers van het pgb;
kan beoordelen en beargumenteren of de geleverde hulp passend en kwalitatief goed is;
in staat is om de inzet van hulpverleners te coördineren, waardoor de hulp door kan gaan, ook bij verlof en ziekte;
als werk- of opdrachtgever de hulpverleners aan kan sturen en aan kan spreken op hun functioneren;
voldoende juridische kennis over het werk- of opdrachtgeverschap heeft of deze kennis weet te vinden.
Indien de beoogd budgetbeheerder niet aan de gestelde voorwaarden in lid 1 kan voldoen, verstrekt het college geen pgb.
Hoofdstuk
Artikel 3.
Toetsing pgb-vaardigheid
Onderdeel van Nadere regels jeugdhulp gemeente Midden-Groningen 2021