Voorliggende voorziening
Er bestaat geen recht op bijzondere bijstand als een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening (artikel 15 lid 1 Participatiewet ; zie paragraaf B3.3).
Ten aanzien van reiskosten voor kinderen in het voortgezet onderwijs geldt het verhoogde kindgebonden budget als een toereikende en passende voorliggende voorziening. Dit verhoogde budget is in de plaats gekomen van de voormalige Wtos.
Recht op bijstand
Indirecte studiekosten van ten laste komende schoolgaande kinderen komen in beginsel niet voor de verlening van bijzondere bijstand in aanmerking. Deze kosten worden geacht voldaan te kunnen worden uit een inkomen ter hoogte van de bijstandsnorm voor het gezin (= de alleenstaande ouder of de gehuwden). Er bestaat derhalve géén recht op bijzondere bijstand.
Minimaregeling
De gemeente Duiven heeft er wel voor gekozen om huishoudens met een minimuminkomen (tot 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm) met kinderen op het voortgezet of beroepsonderwijs voor de schoolbijdrage tegemoet te komen. De regeling geldt voor kinderen tot de leeftijd van 18 jaar; uiterlijk tot de 1e van het kwartaal volgend op het kwartaal waarin men 18 jaar wordt; dit sluit aan bij de start studiefinanciering.
Huishoudens met kinderen op het voortgezet onderwijs of beroepsonderwijs kunnen in het kader van het minimabeleid een bedrag van € 75,00 per kind per jaar ontvangen. Deze bijdrage wordt jaarlijks per schooljaar toegekend en rechtstreeks aan de betrokken school uitbetaald.
Personen die hiervoor in aanmerking komen kunnen vanaf de start van het nieuwe schooljaar een aanvraag indienen voor deze bijdrage. Ambtshalve toekenning is niet meer mogelijk.
Minimaregeling kindpakket
Daarnaast worden bonnen voor schoolspullen aan leerlingen verstrekt .Zie verder op pagina 6 onder ‘Speciale kindregelingen’.
Zie ook B138.
Artikel 1.