Naar hoofdinhoud
Indien de belanghebbende, van wie uitkering wordt teruggevorderd een uitkering ontvangt, verrekent het college de teruggevorderde uitkering door middel van zo spoedig mogelijke inhouding op de uitkering, en wordt aan de belanghebbende uitstel van betaling verleend voor betaling van het volledige bedrag ineens, wat onverlet laat dat de belanghebbende de volledige teruggevorderde uitkering kan betalen aan het college. Bij de verrekening wordt uitgegaan van een beslagvrije voet van 95% van de geldende bijstandsnorm. Op verzoek van debiteur kan de hoogte van het maandelijks te betalen bedrag gelijk worden gesteld aan het bedrag dat ingevolge het bepaalde in de artikelen 475c, 475d, 475e en 475g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voor beslag in aanmerking zou komen als dat gunstiger is dan toepassing van een beslagvrije voet van 95%. Indien het recht op uitkering eindigt, en daarna wordt besloten om uitkering terug te vorderen over de periode voor de datum waarop de bijstand is beëindigd, wordt de gereserveerde vakantietoeslag met toepassing van het bepaalde in artikel 60, vierde lid, van de Pw, en/of artikel 28, tweede lid, van de Ioaw en/of Ioaz, niet uitbetaald maar wordt die verrekend met de nieuwe vordering nadat het daartoe strekkende terugvorderingsbesluit is genomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel