Naar hoofdinhoud
Bij een fraudevordering wordt niet besloten tot het afzien van (verdere) terugvordering. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan het college, indien er binnen een periode van 10 jaar na de terugvorderingsbeschikking of na de laatste betaling als er een betaling is geweest, ondanks voldoende inspanningen, geen enkele betaling is ontvangen, en hen bovendien uit niets blijkt, dat in de toekomst nog betalingen te verwachten zijn, ambtshalve besluiten af te zien van (verdere) terug- of invordering van een fraudevordering. Het college kan, indien er binnen een periode van 5 jaar na de terugvorderingsbeschikking of na de laatste betaling als er een betaling is geweest, ondanks voldoende inspanningen, geen enkele betaling is ontvangen, en hen bovendien uit niets blijkt, dat in de toekomst nog betalingen te verwachten zijn, ambtshalve besluiten af te zien van (verdere) terug- of invordering van een niet-fraudevordering.

Rechtspraak bij dit artikel