Heeft het college vastgesteld dat de cliënt is aangewezen op een maatwerkvoorziening (natura), dan kan de cliënt verzoeken om de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb te ontvangen. Zo’n verzoek wordt aangemerkt als aanvraag. Dat wil zeggen dat het college daar een besluit over moet nemen. In deze beleidsregels worden verschillende criteria genoemd die het college hanteert bij de beoordeling. Daarmee is geen limitatief overzicht bedoeld, er kunnen ook andere criteria of voorbeelden aan de orde zijn. De wet bepaalt een aantal voorwaarden die het college moet beoordelen om het recht op pgb vast te stellen. Deze voorwaarden zijn cumulatief. Dat wil zeggen dat aan alle voorwaarden moet zijn voldaan om voor een pgb in aanmerking te komen. Het gaat om:
Pgb-bekwaamheid.
Motivatie-eis wens pgb.
Kwaliteit.
Besteding pgb geschikt voor het doel.
11.8.1 Pgb-bekwaamheid
De budgethouder moet pgb-bekwaam zijn. Dat wil zeggen dat de budgethouder, al dan niet met hulp van zijn vertegenwoordiger, in staat moet zijn om de aan het pgb verbonden taken (verplichtingen) op verantwoorde wijze uit te voeren.
Vertegenwoordiger
Is de budgethouder niet pgb-bekwaam, dan kan een vertegenwoordiger dat overnemen. Het kan gaan om een persoon die door de budgethouder gemachtigd is of een wettelijke vertegenwoordiger die is aangesteld door de rechtbank (bewindvoerder, curator of mentor). Zonder volmacht kunnen de personen genoemd in artikel 1.1.1, tweede lid, van de wet niet als vertegenwoordiger optreden als de cliënt dat niet wenst. Dat moet het college dan onderzoeken. De vertegenwoordiger mag alleen handelen in het belang van de cliënt en dus niet ook zijn eigen belang dienen. Een vertegenwoordiger zorgt er feitelijk voor dat (namens) de budgethouder de verplichtingen die aan het pgb zijn verbonden ook daadwerkelijk worden nagekomen. Hij biedt de budgethouder gewaarborgde hulp. Dat is van belang omdat de gevolgen van het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen in principe voor rekening en risico van de budgethouder komen. Denk aan de weigering van een pgb, het intrekken van het recht op pgb of de terugvordering van een ten onrechte of tot een te hoog bedrag betaald pgb. Blijkt uit onderzoek dat door de vertegenwoordiger onvoldoende gewaarborgde hulp wordt geboden, dan weigert het college het pgb. Deze weigeringsgrond is ook in de Verordening neergelegd.
Vertegenwoordiger (specifiek)
Is de handelwijze van de vertegenwoordiger eerder aanleiding geweest voor de herziening of intrekking van een pgb, dan kan deze persoon niet meer de pgb-bekwaamheid van de budgethouder overnemen. Dit ter bescherming van de budgethouder.
Conflicterende belangen
Dit betekent dat een derde aan wie het pgb wordt besteed niet ook de vertegenwoordiger (gewaarborgde hulp) kan zijn. Het op verantwoorde wijze uitvoeren van pgb-taken wordt namelijk beïnvloed door de derde. Het college kan het pgb in redelijkheid weigeren (CRVB:2019:2803, RBGEL:2018:3911 en 4703). Er is sprake van conflicterende belangen omdat de derde namelijk ook degene is die het pgb ontvangt voor de geleverde ondersteuning, het gaat om zijn inkomen. Deze weigeringsgrond is ook in de Verordening neergelegd. Dat geldt ook voor personen uit het sociaal netwerk, tenzij aannemelijk is dat de cliënt is aangewezen op de ondersteuning door deze persoon én deze persoon als vertegenwoordiger primair het belang van de cliënt dient.
Persoon sociaal netwerk is de derde
Het college beoordeelt of de persoon uit het sociaal netwerk primair het belang van de cliënt dient. Dat moet in ieder geval blijken uit de motivatie van de budgethouder waarom hij kiest om de betreffende persoon uit het sociaal netwerk in te willen schakelen. Deze persoon mag daarbij op geen enkele wijze druk uitoefenen op de cliënt bij de besluitvorming. Dat wil zeggen de budgethouder mag niet door deze persoon worden beïnvloed. Dit betekent dat alleen bij zeer hoge uitzondering een pgb wordt toegekend als de persoon uit het sociaal netwerk zowel als vertegenwoordiger optreedt als ook de derde is aan wie het pgb wordt besteed.
Algemene beoordeling pgb-bekwaamheid
Het college moet dus beoordelen of de cliënt dan wel zijn vertegenwoordiger pgb-bekwaam is. Dat moet in ieder geval blijken uit:
Een goed overzicht van de eigen situatie kunnen houden. De cliënt dan wel zijn vertegenwoordiger weet welke ondersteuning hij nodig heeft. De cliënt moet dat zelf kunnen vertellen.
Weten welke regels er horen bij een pgb. De cliënt kent de regels of weet waar die regels te vinden zijn en kan deze ook begrijpen. Het helpt als de cliënt digitaal vaardig is.
Een overzichtelijke pgb-administratie kunnen bijhouden. De cliënt weet bijvoorbeeld ook welk deel van het pgb al uitgegeven is. Een overzichtelijke pgb-administratie is niet alleen handig voor de cliënt zelf, maar de administratie kan ook nodig zijn als het college daarom vraagt.
Communiceren met de gemeente, de Svb en ondersteuners. De cliënt moet uit zichzelf en zelfverzekerd kunnen communiceren met andere partijen. Bijvoorbeeld op tijd brieven van de gemeente of de Svb beantwoorden. Of telefoongesprekken voeren met ondersteuners. En als er iets verandert, moet de cliënt dat zelf aangeven.
Zelfstandig handelen en zelf voor ondersteuners kiezen. De cliënt moet zelf ondersteuners uitzoeken en afspraken maken over de ondersteuning die ze gaan geven. En over hun uurtarief en hun uren.
Zelf afspraken maken, deze afspraken bijhouden en zich hier aan houden. De cliënt moet tussendoor controleren of alles volgens afspraak verloopt. Bijvoorbeeld of de ondersteuner genoeg uren maakt. Omgekeerd moet de cliënt kunnen laten zien dat ondersteuning wordt ingekocht waarvoor het pgb bestemd is.
Beoordelen of de ondersteuning uit het pgb past. En of de kwaliteit van de ondersteuning in orde is. Als de cliënt de ondersteuning niet goed vindt, kan hij uitleggen waarom dat zo is. Als de ondersteuning niet volgens afspraak verloopt, moet de cliënt zelf kunnen ingrijpen. Bijvoorbeeld door de ondersteuner op te bellen. En uit te leggen wat er niet goed gaat.
Zelf de ondersteuning regelen met 1 of meer ondersteuners. En dat zo regelen dat er altijd ondersteuning is, ook als de (vaste) ondersteuner ziek is of op vakantie gaat. De cliënt moet zelf ondersteuners kunnen kiezen die goed bij de situatie van de cliënt passen. De cliënt moet er zelf op toezien of zij hun werk goed doen. Als de ondersteuner ziek is, moet de cliënt zelf vervanging kunnen regelen.
Zorgen dat de ondersteuners die voor de budgethouder werken weten wat ze moeten doen. De cliënt durft een gesprek te beginnen als de ondersteuners hun werk niet goed doen. De cliënt betaalt de ondersteuner en is zijn werkgever of opdrachtgever. De cliënt moet dan goed kunnen vertellen wat ze moeten doen.
Weten wat de budgethouder moet doen als werkgever of opdrachtgever van een ondersteuner. Het is niet erg als de cliënt sommige regels over hoe een werkgever of opdrachtgever moet zijn niet kent. Bijvoorbeeld bij ontslag van een ondersteuner. Maar de cliënt moet de informatie daarover wel zelf kunnen vinden. Bijvoorbeeld bij instanties die hierover advies geven.
Twijfel pgb-bekwaamheid
Het kan voor komen dat het college twijfels heeft over de pgb-bekwaamheid van de budgethouder, mede gelet op de hiervoor genoemde algemene beoordelingskaders. Dat wil zeggen dat de budgethouder problemen zal (kunnen) krijgen met het uitvoeren van de taken die horen bij een pgb en om die reden geen pgb krijgt toegekend. Mogelijk dat het college de weigering niet alleen op de algemene beoordelingskaders kan baseren. In dat geval zijn er nog andere omstandigheden die kunnen leiden tot de weigering van het pgb. Denk bijvoorbeeld aan:
schuldenproblematiek,
een gok- of drugsverslaving,
in een hoge mate beïnvloedbaar zijn.
Met de aanstelling van een bewindvoerder is het risico dat het pgb niet besteed zal worden aan de daarvoor bestemde doelen voldoende ondervangen (RBGEL:2019:4940).
Pgb-bekwaamheid bij de woningaanpassing
In tegenstelling tot diensten lopen pgb’s voor woningaanpassingen niet via de Svb. Deze worden door het college zelf aan de derde uitbetaald. Bij (sociale) huurwoningen zal dat in de praktijk de verhuurder zelf zijn. Bij woningaanpassingen gelden in ieder geval de volgende voorwaarden om voor een pgb in aanmerking te komen:
kunnen selecteren van een aannemer,
opdracht kunnen verlenen aan een aannemer conform het Programma van Eisen (PvE) en de overige vereisten,
in staat om afspraken te maken over onderhoud en reparatie van de woningaanpassing,
kunnen aansturen van de uitvoering rekening houdend met het programma van eisen,
de oplevering kunnen controleren conform het PvE.
Pgb-bekwaamheid bij een hulpmiddel
In tegenstelling tot diensten lopen ook pgb’s voor hulpmiddelen niet via de Svb. Deze worden door het college aan de derde uitbetaald. Bij hulpmiddelen gelden in ieder geval de volgende voorwaarden:
kunnen selecteren van een leverancier,
in staat om afspraken te maken over onderhoud en reparatie van het hulpmiddel, zoals een traplift,
hulpmiddel kunnen kiezen om het beoogde resultaat mee te bereiken volgens de kwaliteitseisen die aan het hulpmiddel mogen worden gesteld.
11.8.2 Motivatie-eis wens pgb
De cliënt moet om een pgb verzoeken en daarbij aangeven waarom dat passende ondersteuning is. Er gelden geen specifieke voorwaarden aan de motivatie. De cliënt zal wel moeten aangeven waarom in zijn situatie het pgb een geschikte oplossing is. Dat zal bij diensten ook blijken uit het Budgetplan.
11.8.3 Kwaliteit
De met het pgb in te kopen maatwerkvoorziening moet veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht zijn. Deze eisen gelden voor voorzieningen in natura (art. 3.1, eerste lid, van de wet). De Verordening bepaalt dat de eisen voor het gecontracteerde aanbod ook gelden als de ondersteuning voor diensten wordt ingekocht met een pgb (art. 12.4 van de Verordening). Echter niet alle eisen zijn ook van toepassing op de derde. Eisen die specifiek gelden voor het gecontracteerde aanbod, zijn daarvan uitgezonderd. Daarnaast gelden geen opleidingseisen voor personen uit het sociaal netwerk.
Kwaliteit en veiligheid
Een met het pgb in te kopen maatwerkvoorziening moet vanzelfsprekend veilig zijn. De veiligheid is een belangrijk onderdeel van de kwaliteit. Voor diensten kan dat gekoppeld zijn aan het opleidingsniveau van de professionele ondersteuner maar ook aan het beschikken over een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG). Bij hulpmiddelen kan veiligheid betrekking hebben op de bestedingsvrijheid. Als een traplift in natura door het college niet als veilige maatwerkvoorziening in natura wordt aangemerkt, dan mag de budgethouder met een pgb vanzelfsprekend geen traplift aanschaffen.
Melding calamiteiten of geweld (algemeen)
De derde is in voorkomende gevallen verplicht om onverwijld melding te doen bij de toezichthoudende ambtenaar van:
iedere calamiteit die bij het bieden van de ondersteuning heeft plaatsgevonden,
geweld bij het bieden van de ondersteuning.
Onder een calamiteit wordt een niet-beoogde of onverwachte gebeurtenis verstaan die betrekking heeft op de kwaliteit van de ondersteuning en die tot een ernstig schadelijk gevolg voor of de dood van een cliënt heeft geleid (art. 1.1.1, eerste lid, van de wet). De meldcode geldt voor elke derde aan wie het pgb wordt besteed. Dat wil zeggen voor derden die in dienst zijn bij een professionele organisatie, die als ZZP-er werkzaam zijn én voor personen uit het sociaal netwerk.
Omzetten in natura
Een melding van ernstig schadelijke gevolgen voor de cliënt zal voor het college aanleiding (kunnen) zijn om het recht op pgb in te trekken en daarvoor in de plaats een maatwerkvoorziening in natura te verstrekken. Ook kan het college de budgethouder (cliënt) natuurlijk in de gelegenheid stellen om met een andere derde een overeenkomst aan te gaan die wel voldoet aan de geldende vereisten.
Meldcode bij diensten (algemeen)
De derde moet aan het college stapsgewijs kunnen laten zien hoe met signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling wordt omgegaan. Daaruit moet blijken dat na zo’n melding zo snel en adequaat mogelijk hulp kan worden geboden. De melding van huiselijk geweld of kindermishandeling wordt gedaan bij Veilig Thuis Flevoland. De meldcode geldt voor elke derde aan wie het pgb wordt besteed. Dat wil zeggen voor derden die in dienst zijn bij een professionele organisatie, die als ZZP-er werkzaam zijn als ook voor personen uit het sociaal netwerk. Daarbij wordt opgemerkt dat persoon uit het sociaal netwerk als derde ook slachtoffer van huiselijk geweld kan zijn. Denk bijvoorbeeld aan een budgethouder met specifieke problematiek die het pgb aan zijn ouder(s) besteed (CRVB:2019:1815).
Kwaliteit en doeltreffend
Onder doeltreffend wordt verstaan ‘waarmee het doel/resultaat wordt bereikt’. Met het pgb moet ondersteuning worden ingekocht die efficiënt en effectief moet zijn om dat doel/resultaat te bereiken. Het college zal daar ook onderzoek naar doen gedurende de budgetperiode of bij een verzoek om verlenging van de indicatie. In dat kader kan zich de vraag voordoen of een persoon uit het sociaal netwerk in staat is om de budgethouder (cliënt) iets aan te leren waarna hij niet meer is aangewezen op een maatwerkvoorziening. Dit gelet op de directe sociale relatie tussen hen. Het aanleren van activiteiten zou meer kans van slagen kunnen hebben als de ondersteuning wordt geboden door een professionele ondersteuner die juist niet in directe relatie met de budgethouder (cliënt) staat. Dit gelet op de professionele distantie. In dat geval kan tijdelijk een maatwerkvoorziening in natura worden ingezet en wordt tijdens de evaluatie beoordeeld of de cliënt toch nog is aangewezen op een maatwerkvoorziening én of die wel in de vorm van een pgb kan worden verstrekt. Onder tijdelijk wordt een periode van zes maanden verstaan. Het college kan de budgethouder (cliënt) ook in de gelegenheid stellen om met een andere derde een overeenkomst aan te gaan die wel voldoet aan de vereisten.
Kwaliteit en doelmatig
Onder doelmatig wordt verstaan het zo goed mogelijk bereiken wat met het pgb is beoogd. Zie ook onder doeltreffend.
Kwaliteit en cliëntgericht
Het spreekt voor zich dat de ondersteuning gericht moet zijn op de cliënt, met zijn belangen en wensen als uitgangspunt. Dit uitgangspunt kan daarom ook te maken hebben met de samenwerking tussen de budgethouder (cliënt) en de ondersteuner. Gaat het om derden die in dienst zijn bij een professionele organisatie of als ZZP-er werkzaam zijn, dan zijn kwaliteit en cliëntgerichtheid onderdeel van de professionele standaarden die gelden binnen de beroepsgroep.
Kwaliteit: aangewezen op professionele ondersteuning
Uit de noodzaak van de maatwerkvoorziening in natura zal doorgaans blijken of de cliënt -gelet op de problematiek- aangewezen is op professionele ondersteuning. Dat wil zeggen dat aan de ondersteuning specialistische eisen verbonden kunnen zijn die (alleen) een beroepskracht kan bieden. Denk in dit geval ook aan de noodzaak van voldoende professionele distantie. Wanneer het college dat heeft vastgesteld, kan de ondersteuning niet worden geboden door een persoon uit het sociaal netwerk. Het college hoeft in die gevallen niet meer te beoordelen of de persoon uit het sociaal netwerk aan wie de budgethouder het pgb wenst te besteden voldoet aan de kwaliteitseisen. De budgethouder zal dan een door het college goedgekeurde professionele ondersteuner moeten inschakelen. Lukt dat niet, dan weigert het college het pgb en zal een maatwerkvoorziening in natura worden verstrekt.
Kwaliteit: besteding pgb sociaal netwerk
Het college beoordeelt in ieder geval of:
de cliënt zijn keus om de betreffende persoon uit het sociaal netwerk in te schakelen voldoende kan motiveren (zie ook bij pgb-bekwaamheid).
de persoon uit het sociale netwerk op geen enkele wijze druk uitoefent op de cliënt bij de besluitvorming. Dat wil zeggen de cliënt mag niet door deze persoon worden beïnvloed (zie ook bij pgb-bekwaamheid). Het ligt voor de hand dat het college een gesprek heeft met de cliënt zonder dat de betreffende persoon uit het sociale netwerk daarbij aanwezig is. Het college kan er voor zorgen dat de cliënt bij dat gesprek gebruik kan maken van een onafhankelijke cliëntondersteuner.
de persoon uit het sociale netwerk in staat is om de noodzakelijke ondersteuning te bieden. En zo ja, waar blijkt dat uit?
voldoende aannemelijk dat de persoon aan wie het pgb wordt besteed niet overbelast is of dreigt te geraken.
de persoon uit het sociale netwerk de omvang/intensiteit van de ondersteuning wel kan bieden. Denk in dit geval aan de 40-urige werkweek die deze persoon heeft. Reguliere werkzaamheden, maar ook andere activiteiten kunnen daarbij een rol spelen.
de kwaliteit van de geboden ondersteuning voldoende is gewaarborgd. Naar gelang de mate van beperkingen (kwetsbaarheid) van de cliënt zullen de kwaliteitseisen in het algemeen strenger mogen zijn.
voldoende professionele distantie aanwezig is. Dit kan een belangrijke rol spelen bij het bereiken van het resultaat. Zo kan te veel (emotionele) betrokkenheid van de persoon uit het sociale netwerk een negatief effect hebben op de relatie cliënt-ondersteuner. De cliënt kan daardoor ook (te) afhankelijk worden van de persoon uit het sociale netwerk.
Kwaliteit: besteding pgb professionele ondersteuner
Het kan gaan om een derde die in dienst is bij een professionele organisatie of als ZZP-er werkzaam is. Het college beoordeelt in ieder geval of:
de ondersteuning aansluit aan bij de vastgestelde beperkingen van de cliënt.
de ondersteuner beschikt over een relevante opleiding. De opleidingseis zal verschillen naar gelang de aard van de geïndiceerde ondersteuning.
de ondersteuner beschikt over een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG). Deze verklaring mag in principe niet ouder zijn dan drie maanden voorafgaand aan de aanvang van de ondersteuning.
de ondersteuner de omvang/intensiteit van de ondersteuning kan bieden. Deze vraag zal zich voornamelijk voordoen bij ZZP-ers. Die zullen namelijk ook door andere budgethouders (cliënten) kunnen worden ingehuurd. Denk in dit geval aan de 40-urige werkweek.
de beoogde ondersteuner niet al lang betrokken is bij de budgethouder (cliënt), zijn gezin en/of personen uit het sociaal netwerk. Dat wil zeggen dat het college onderzoek doet naar de vraag of er nog wel sprake is van voldoende professionele distantie om het resultaat te bereiken. Dat kan bijvoorbeeld blijken uit het ontbreken van voortuitgang in het behalen daarvan.
Kwaliteitseisen woningaanpassing en hulpmiddel
Het spreekt voor zich dat een woningaanpassing moet voldoen aan de vereiste kwaliteitseisen waaronder de veiligheid. Om die reden zal uit bijvoorbeeld een offerte een door het college goed te keuren Programma van Eisen moeten blijken. Woningaanpassingen zullen in dat kader in ieder geval moeten voldoen aan de eisen van het vigerende Bouwbesluit. Daarnaast kan het zijn dat in de bouwvergunning of de afwijking van het bestemmingsplan voorwaarden staan waar de woningaanpassing aan moet voldoen. Aan degene die de woningaanpassing zal gaan uitvoeren mag het college om voornoemde redenen dan ook kwaliteitseisen stellen. Bijvoorbeeld het beschikken over het BouwGarantKeurmerk. De kwaliteitseisen van een hulpmiddel zijn afhankelijk van het soort hulpmiddel en de daarvoor geldende eisen die gelden voor het door het college gecontracteerde aanbod.
11.8.4 Besteding pgb geschikt voor het doel
De door de budgethouder in te kopen maatwerkvoorziening moet in redelijkheid geschikt zijn voor het doel waarvoor het pgb wordt verstrekt (art. 2.3.6, derde lid, van de wet). Dat kan blijken uit de noodzaak tot het verstrekken van een maatwerkvoorziening (indicatie in natura). Mede gelet op de bestedingsvrijheid zal dat in ieder geval wel moeten blijken uit het Budgetplan. Daar staat namelijk in waar de bestedingsdoelen (resultaten) van het pgb op zijn gericht.
Hoofdstuk 1
Artikel 11.8