Het gaat bij de indicatie voor beschermd wonen om een specifieke doelgroep die vanwege psychische en/of psychosociale problemen en/of verstandelijke beperking niet in staat zijn zich te handhaven in de samenleving. Daarnaast is er sprake van regieproblemen op het gebied van zelfredzaamheid en participatie. De cliënt is om die redenen tijdelijk aangewezen op verblijf in een beschermende woonomgeving met bijbehorend toezicht en begeleiding.
De noodzaak voor een beschermende woonomgeving wordt, zo blijkt uit de begripsbepaling, (mede) bepaald aan de hand van de aanwezigheid van risico’s:
het voorkomen van verwaarlozing; en/of
maatschappelijke overlast; en/of
het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen; en/of
Het toezicht is noodzakelijk ter voorkoming van één of meer van de hiervoor genoemde risico’s en bestaat uit een (noodzakelijke) behoefte aan meerdere en onplanbare ondersteuningsmomenten per etmaal op essentiële terreinen dagelijks leven.
Hoofdstuk 1
Artikel 7.2.