Voor de deelname aan het maatschappelijk verkeer (participatie) kan het college sportvoorzieningen zoals een sportrolstoel verstrekken inclusief de daarmee gepaard gaande kosten van onderhoud, gebruik, verzekering en reparatie en eventuele noodzakelijke aanpassingen en accessoires.
9.11.1 Kenmerk sportrolstoel
Deze rolstoelen kenmerken zich door scheefstand van de grote wielen en zijn vaak uitgerust met een doorlopende voetenplank in plaats van twee aparte voetensteunen. Een sportrolstoel is gericht op snelheid en wendbaarheid en stelt minder hoge eisen aan zitcomfort dan een rolstoel voor dagelijks gebruik. In principe zijn sportrolstoelen niet bruikbaar in de gewone leefsituatie.
9.11.2 Voorwaarden om voor de sportvoorziening in aanmerking te komen
Tijdens het vraagverhelderingsgesprek wordt besproken of de cliënt serieus overweegt te gaan dan wel te blijven sporten. Daarbij wordt gekeken naar de bijdrage van sporten aan de maatschappelijke participatie en waarom andere oplossingen met hetzelfde doel niet mogelijk zijn.
Bij de verstrekking van een sportvoorziening wordt rekening gehouden met de gebruikelijke levensduur van zo’n voorziening. Dat wil zeggen dat het college maximaal eens per drie jaar een sportvoorziening verstrekt. Daar kan een uitzondering voor gelden als de eerder verstrekte dan wel met een pgb aangeschafte sportvoorziening technisch is afgeschreven.
9.11.3 Aard van de verstrekking
Een sportrolstoel kan in de vorm van in natura in bruikleen worden verstrekt. Het college schaft de sportrolstoel aan die bij de offertevergelijking als goedkoopste aanbieding is gedaan. Kiest de cliënt voor een pgb, dan bedraagt het pgb maximaal het bedrag dat bij de offertevergelijking als goedkoopste aanbieding is gedaan.
De kosten voor reparatie, onderhoud en verzekering komen bij een verstrekking in natura voor rekening van de gemeente. Bij een verstrekking in de vorm van een pgb kan een vergoeding voor de instandhoudingskosten worden verstrekt. Bij aanpassingen en accessoires gaat het uiteraard alleen om noodzakelijke en niet-algemeen gebruikelijke zaken.
Hoofdstuk 1
Artikel 9.11