In paragraaf 2.15 Weigeren aanvraag maatwerkvoorziening van de beleidsregels staat dat bewoners van een Wlz-instelling in aanmerking kunnen komen voor een vervoersvoorziening. Zij zullen in de regel een lagere vervoersbehoefte hebben dan cliënten die nog zelfstandig wonen. Soms zijn er in het complex voorzieningen aanwezig, zoals een winkel, kapper, recreatieruimte voor diverse sociale activiteiten, of ze zijn in de directe omgeving beschikbaar. Te denken valt aan Wlz-instellingen eventueel met aanleunwoningen of verpleeghuizen. Bovendien kan het zijn dat een aantal bestemmingen in de directe leefomgeving vervallen, omdat daarin op andere wijze wordt voorzien. Bewoners van (intramurale) Wlz-instellingen hoeven bijvoorbeeld minder vaak boodschappen te doen, omdat de instellingen de maaltijden bereiden. Ook worden sommige gezamenlijke sociale activiteiten vanuit de Wlz-instelling georganiseerd, inclusief vervoer (dagbesteding). Daarom kan de vervoersbehoefte bij de deelname aan het maatschappelijk vervoer verminderen. Het college houdt daar rekening mee de beoordeling van de aanvraag.
Hoofdstuk 1
Artikel 9.9