Naar hoofdinhoud
In deze verordening en de daarop gebaseerde regelingen wordt verstaan onder: Administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van de organisatie van de provincie en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd; BBV: Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten; Doelmatigheid: de mate waarin de gewenste prestaties worden gerealiseerd met een zo beperkt mogelijk inzet van middelen of met de beschikbare middelen zo veel mogelijk resultaat bereiken; Doeltreffendheid: de mate waarin de gewenste prestaties en maatschappelijke effecten van het provinciale beleid daadwerkelijk worden bereikt; Financieel beheer: het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het beheer van financiën, het nakomen van financiële verplichtingen en het uitoefenen van rechten van de provincie; Financieel beleid: de beleidskaders die nodig zijn om het financieel beheer in te richten en te laten werken conform wet- en regelgeving; Financiële auditcommissie: een op grond van artikel 80 Provinciewet door Provinciale Staten ingestelde commissie die Provinciale Staten ondersteunt bij het uitvoeren van haar financiële en controlfunctie; Indicatoren: een meetbare eenheid die een signalerende functie heeft en een aanwijzing geeft over de mate van doelrealisatie of grenswaarden: hieronder vallen ook de verplichte indicatoren zoals genoemd in het BBV; Jaarstukken: de jaarrekening en het jaarverslag van de provincie Utrecht; Kadernota: nota met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders voor het volgend begrotingsjaar en de meerjarenraming; Organisatorische eenheid: organisatieonderdeel binnen de ambtelijke organisatie die een bepaald doel nastreeft (bijvoorbeeld een afdeling); Prestatie: onderdeel van een programma bestaande uit een samenstel van een aantal samenhangende activiteiten of een enkele activiteit; Primaire begroting: begroting zoals bedoeld in artikel 195 Provinciewet; Programma: het programma zoals bedoeld in het BBV, inhoudende een samenhangend geheel van activiteiten: de programma’s worden genoemd in de begroting en jaarstukken; Rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving, waaronder mede begrepen provinciale verordeningen en besluiten; Beleidsprogramma: onderdeel van een programma; Wet: Provinciewet; Beleidsdoel: beschrijft een situatie die we in de komende 8-10 jaar willen bereiken (en/of handhaven). Een beleidsdoel wordt geformuleerd als een eindsituatie (SOLL). Het bevat altijd een werkwoord (vaak ‘is’ of ‘zijn’); Meerjarendoel: een strategische doelstelling, die in een periode van 4-5 jaar gerealiseerd kan worden. Een meerjarendoel wordt geformuleerd als een ‘ER’ doel, dus beter, meer, krachtiger, sterker, e.d. Er wordt een duidelijk onderwerp genoemd dat beter, sterker, krachtiger e.d. gemaakt kan worden; Kader incidenteel-structureel (baten en lasten): Hoofdrichtlijnen: 1. Baten en lasten die zich maximaal 3 jaar voordoen → Incidenteel Baten en lasten die zich langer dan 3 jaar voordoen → Structureel 2. Onttrekkingen uit en stortingen in de reserves → Incidenteel Op deze hoofdrichtlijn zijn onderstaande uitzonderingen van toepassing: 1. Meerjarige tijdelijke geldstromen, en de daarmee samenhangende lasten, waarvan de eindigheid vastligt d.m.v. een staten- en /of toekenningsbesluit → Incidenteel 2. Onttrekkingen aan dekkingsreserves, en de daarmee samenhangende lasten → Structureel

Rechtspraak bij dit artikel