Het bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen kan besluiten het bezwaarschrift niet ter advisering voor te leggen aan de commissie indien:
het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is, als bedoeld in artikel 6:6 van de Awb;
het bezwaar kennelijk ongegrond is, als bedoeld in artikel 7:3, onder b, van de Awb;
aan het bezwaar volledig tegemoet wordt gekomen en andere belanghebbenden daardoor niet in hun belangen worden geschaad.
Indien het bestuursorgaan besluit het bezwaarschrift niet aan de commissie voor te leggen, wordt in de beslissing op bezwaar aangegeven welke overwegingen hieraan ten grondslag liggen.
Artikel 3
Afzien van advisering
Onderdeel van Verordening commissie bezwaarschriften algemene zaken Eemsdelta