Naar hoofdinhoud
Bij de plaatsing van ondergrondse containers gelden de volgende uitgangspunten: Ondergrondse infrastructuur en taluds, duikers etc. worden alleen aangepast als er geen enkel alternatief is. Bij de locatiekeuze wordt rekening gehouden met aanwezigheid van groen, bomen, kabels en leidingen, parkeervoorzieningen, laad- en losplaatsen, oplaadlocaties en andere vergelijkbare mogelijke belemmeringen. Het bovengrondse deel van de containers staat minimaal vijf meter van een gevel van woningen. Containers worden bij voorkeur in openbaar gebied geplaatst. Plaatsing op terrein van derden alleen in overleg met de grondeigenaar. De containers moeten goed en veilig bereikbaar zijn voor de inzamelaar en de inzamelaar moet op de locatie veilig kunnen werken. Doodlopende straten, achteruitrijden en 50km wegen worden zoveel mogelijk vermeden. De containers moeten goed en veilig bereikbaar zijn voor de gebruikers. Om bijplaatsen zoveel mogelijk te voorkomen, komen ondergrondse containers bij voorkeur op zichtlocaties en worden donkere en minder in het oog springende locaties voorkomen. Containers komen alleen indien alternatieve locaties ontbreken in de buurt van speelvelden en scholen. De containerlocatie mag zich niet achter of naast een parkeerplaats bevinden. Opheffen van een parkeervak om een container te plaatsen wordt bij voorkeur voorkomen. Hergebruik van bestaande infrastructuur (hergebruik buitenbak of container) heeft de voorkeur. De maximale afstand (hemelsbreed) van de voor- of achterdeur van een hoogbouwcomplex of -woning is 100 meter. In uitzonderlijke gevallen kan de afstand 150 meter worden.

Rechtspraak bij dit artikel