Veel regelingen bestaan al geruime tijd. Door veranderende omstandigheden kan het voorkomen dat de noodzaak voor de regeling is verdwenen of dat alternatieve regelingen inmiddels meer opportuun zijn. Daarom zal bij iedere nieuwe garantstelling een horizonbepaling worden opgenomen, waarbij een vervaldatum maximaal vijf jaar na inwerkingtreding van de regeling mag liggen. De garantstellingen zullen jaarlijks bij de jaarrekening worden beoordeelt op mogelijke risico's. Mochten er zwaarwegende argumenten zijn (getoetst aan de hand van het toetsingskader), kan de garantstelling worden beëindigd.
Ingeval van een garantstelling met zekerheden, zal de garantstelling daarnaast niet langer zijn dan de technische levensduur van deze zekerheden. De duur van de garantstelling zal nooit de looptijd van de lening overschrijden. Bij de jaarrekening zullen de garantstellingen worden getoetst op mogelijke risico's.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.4
Horizonbepaling / risicobeheersing
Onderdeel van Verordening garantstellingen 2021